Hergiswil

  • 02HergiswilGlasi Hergiswil
Hergiswil is een plaats in het Zwitserse kanton Nidwalden. Eeuwen geleden was de enige verkeersader de Renggpass (891m) tussen Hergiswil en Alpnach, oftewel het kanton Obwalden en Luzern. Twee tinnen beeldjes, gevonden op Acheregg tijdens baggerwerkzaamheden, herinneren hier nog aan. Een ruiter en een medaillon zijn waarschijnlijk de oudste bewijsmaterialen van vervlogen tijden van Hergiswil. Het kwam onder bewind van de gevreesde heerser koning Albrecht. Om zich te beschermen tegen de oorlogvoerende koning Albrecht, werd op de Renggpass een Letzimauer gebouwd. De resten zijn nog zichtbaar op de Renggpass. Halverwege de 19e eeuw was het tijdperk van de commerciële en industriële omwenteling in het dorp. De Brünigbahn werd aangelegd, een horlogefabriek en brouwerij werden opgericht, stoomboten verschenen op het Vierwoudstrekenmeer en een glasfabriek vestigde zich hier ook. Tegenwoordig is deze laatste hier als enige glasfabriek van Zwitserland nog steeds gevestigd.

  • 03HergiswilGlasblazerij
De “Glasi Hergiswil” is nog steeds de enige glasfabriek in Zwitserland en is zeker een bezoekje waard. Glas speelt hier als industrieel, ambachtelijk of kunstzinnig product nog altijd een belangrijke rol. In Hergiswil kan men kijken naar de glasblazer, verder is er een museum over glas, een tentoonstelling en het enige glazen labyrint van Zwitserland. De glasindustrie in Zwitserland kent een rijk verleden: De oudste resten van glashutten dateren uit de 18e eeuw en bevonden zich ten zuidwesten van Hergiswil, te weten; Kemmeriboden, Harzersboden, Sörenbergli 1760-1769, Südel, Egglenen 1768-1781, Kragen 1781-1837, Torbach 1837-1869, Glashütten en Enziloch. Bovendien werd er door een glasmeester uit het Zwarte Woud van 1741-1781  glas gemaakt aan de Grossen Fontannen (gemeente Romoos). Hij was ook eigenaar van de zuidelijker gelegen glashutten Kemmeriboden en Harzersboden in de Emmentaler gemeente Schangnau.

  • 06HergiswilFles
De glasindustrie is als sinds de 14de eeuw in het Beierse Woud gevestigd. De gebroeders Josef, Peter en Michael Siegwart von Windberg uit St. Blasien in het Zwarte woud waren in die tijd de grootste glasmeesters. Zij ontvingen in 1723 van de Luzerner Raad een vergunning om een glas hut in te richten op Alp Hirsegg, in Südel bij Sörenberg. Dit was het begin van de glasindustrie in Zwitserland. In de 18e eeuw waren er nog geen wegen in het Mariental en Sörenberg, laat staan de Glaubenbielenpass. Het materiaal moest via muilezelpaden en beken getransporteerd worden. De meeste glashutten lagen ver afgelegen in het bos. De reden is de aanwezigheid van zowel de grondstof kwarts als hout en water, die onontbeerlijk waren voor de productie. De eerste glashutten waren mobiel: zodra het hout voor de productie van potas in de omgeving op was, werd de hut afgebroken en elders weer opgebouwd. Er werden duizenden kubieke meters hout verbrand om de glasovens op temperatuur te houden. Een voorbeeld; de glas hut in Egglenen in de buurt van Flühi verbruikte rond 1770, 4800m3 hout per jaar.

  • 08HergiswilVliegglas
Het glas uit de omgeving van Flühli (Flühligläser) werd veelal gebruikt als tafelservies, cilindrische flessen, bekers, kelkglazen, wijnflessen en kruiken. Het werd met emailleverf beschilderd en ingebrand. De afbeeldingen, o.a. bloemmotief, dieren, personen en spreuken kan men op verschillende glassoorten aantreffen. De Flühligläser werden in helderglas, mangaanglas (violet), kobaltglas (blauw), en in opaalglas (wit) vervaardigd. Ook werd het glas hergebruikt een voorbeeld hiervan is het bekende insectenglas. Lastige insecten werden aangetrokken door een zoete vloeistof, konden eenmaal in de fles geen uitweg meer vinden en vonden daar de dood.

  • 10HergiswilServies
In de 19e eeuw werden er nieuwe typen karaften met wijnglazen gefabriceerd, deze werden alleen geslepen en geëmailleerd, vaak rijkelijk beschilderd en met goudkleurige rand, hetgeen prachtig uitkwam wanneer de karaf en glazen gevuld waren. Dit sierraad diende voor feestelijke aangelegenheden in huislijke sfeer. In 1818 werd de productie van glas naar Hergiswil aan het Vierwoudstrekenmeer verplaatst. Hout uit het Pilatusgebied werd gebruikt en het Vierwoudstrekenmeer diende als aanvoer van grondstoffen. De productieprocessen werden verder uitgebreid en nog economischer geïndustrialiseerd, omdat de concurrentie in die tijd moordend was. In 1975 nam Roberto Niederer de glasfabriek in Hergiswil over, een eeuwenoude traditie van hoogwaardig glas gaat hier een nieuwe toekomst tegemoet.

Op 1 December 1988 stierf Roberto Niederer in Kalabrien (Italië), zijn tweede thuis. Zijn zoon Robert heeft de zaak overgenomen en samen met de talloze glasblazers heeft deze de glasfabriek laten uitgroeien tot een mooie, ambachtelijke onderneming.