GRAUBÜNDEN

  • 01GraubundenWapen Graubunden
Graubünden, van oudsher het Graubünderland, is het meest oostelijkste en grootste kanton van Zwitserland. Het kanton Graubünden is ook het enige drietalige kanton, de drie officiële talen die er gesproken worden zijn: Duits, Italiaans en Reto-Romaans. Graubünden is door zijn ligging in de Alpen, vanuit Oostenrijk, Italië en Liechtenstein gemakkelijk te bereiken. Het is een divers gebied met vele mogelijkheden voor toeristen, zowel in de zomer als in de winter. Het bergachtige Graubünden heeft ook de meeste bergpassen en heeft daardoor een aantal belangrijke Europese-waterscheidingen. Bergpassen in Graubünden zijn o.a.: Lukmanierpass, St. Bernardinopass, Lenzerheidepass, Ofenpass, Flüelapass, Septimerpass, Berninapass, Julierpass, Malojapass, Albulapass, Livignopass, Splügenpass en de Umbrailpass. De bovenloop van de Rijn (voor- en achter-Rijn) mondt uit in de Noordzee, de Inn daarentegen mondt bij Passau uit in de Donau, en komt van Zwitserlands zuidelijkst gelegen Malojapass in Graubünden. De Malojapass vormt ook de waterscheiding tussen Inn en Ticino, waarbij deze laatste uitmondt in de Po die vervolgens dan uitmondt in de Adriatische zee. De Piz Bernina (4049 m) in het Berninamassief is de hoogste berg van Graubünden.  

  • 02GraubundenRhatische Bahn
De bekende Albulabahn en Berninabahn van een spoorwegbedrijf in Graubünden, de Rhätische Bahn (RhB), werd in 2008 door de UNESCO op de werelderfgoedlijst geplaatst. Het smalspoor van de Rhätische Bahn zetelt in Chur, de hoofdstad van kanton Graubünden. Het Rätisches Museum staat in het oude stadsdeel, vlakbij de stadtoren die toegang geeft naar het “Bischöflichen Hof”. In Graubünden zijn vele authentieke bergdorpen te vinden maar ook de bekende vakantieoorden zoals Arosa, St. Moritz en Davos liggen in het Grauwbünderland. Bovendien werd de schrijfster Johanna Spyri geïnspireerd door Graubünden. De roots van haar romans, over het alpen meisje “Heidi” liggen hier in Graubünden, Maienfeld om precies te zijn is het Heididorf in Graubünden. Deze omgeving van Graubünden staat ook bekend om zijn wijngaarden, kleinschaliger dan in het westen van Zwitserland zoals in kanton Vaud en –Wallis, maar toch weten wijnboeren hier op kleinschalige wijngaarden hun wijn aan de man te brengen. De typische streekdruiven hier zijn vooral de Blauburgunder en Pinot Noir.

TSCHAMUT

  • 01GraubundentschamutTschamut
Vanaf de Oberalppass komend is Tschamut, gelegen op een hoogte van 1404m is het eerst volgende bergdorpje richting Disentis en Chur nadat we de  pashoogte zijn gepasseerd. Het treinstation in Tschamut ziet er verlaten uit. De MGB- trein wordt hier aangedreven door middel van een tandrad op het midden spoor.

SEDRUN

  • 02GraubundensedrunSedrun
Het dorp Sedrun ligt op een hoogte van 1450m, in het hoogst gelegen deel van het district  Surselva. Disentis/Sedrun, aan de oorsprong van de Rijn op de Oberalppass, is gezellig, authentiek, modern en heeft toch een traditionele cultuur. Eerbiedwaardige benedictijnen leven hier in de fascinerende wereld van de monniken. Een verscheidenheid van kerken en kapellen kenmerkt deze dorpen. Porta Alpina, het ondergrondse spoorwegstation in de Gotthard-Basistunnel, zal een directe verbinding krijgen met het dorp Sedrun. De verwachting is dat Sedrun een toeristische trekpleister gaat worden in deze regio, voor zowel zomer- als wintergasten.

  • 05GraubundensedrunInfo Alptransit Sedrun
Vanaf 1999 is men bezig met de aanleg van de Gotthard- Basistunnel, het zal een ondergrondse  spoortunnelverbinding gaan vormen tussen Erstfeld en Bodio (Biasca). De Gotthard-Basistunnel, waarvan de opening gepland staat voor 2017, zal met 57 km de langste spoortunnel ter wereld zijn. Ruim 800 m onder het aardoppervlak, gaat de hogesnelheidslijn deel uitmaken van het Zwitserse Alp Transitproject. Hierdoor zal de reistijd behoorlijk korter worden tussen Zürich en Milaan. De laatste steen uit de schacht van de Gotthard-Basistunnel ligt momenteel in het informatiecentrum in Sedrun. Dit informatiecentrum is zeker een bezoekje waard.

DISENTIS

  • 03GraubundendisentisTreinstation Disentis Muster
Het treinstation Disentis in Graubünden is een belangrijk knooppunt van het Zwitserse spoorwegennet. Naar het westen gaat de belangrijkste smalspoorlijn van de MGB (Matterhorn-Gotthard-Bahn), een privé smalspoormaatschappij die in 2003 is ontstaan na een fusie van de Furka-Oberalp-Bahn (FO) en de Brig-Visp-Zermattbahn (BVZ). In Disentis is een aansluiting op het spoorwegnet in oostelijke richting, de Rhätische Bahn (RhB). De Rhätische Bahn is een privé spoorwegmaatschappij in het kanton Graubünden en is voor een groot deel eigendom van dit kanton. In 2008 werden twee spoorlijnen van de RhB op de (UNESCO) werelderfgoedlijst gezet te weten: de Albulabahn en de Bernina-Bahn. De MGB en de RhB exploiteren gezamenlijk de Glacier Express tussen Zermatt en St.Moritz één van de mooiste trajecten in Zwitserland. Na het verlaten van Disentis/Mustér rijden we het Bündner Oberland (Vorderrheintal) in, zoals het dal in de volksmond wordt genoemd, op zijn Reto-Romaans heet het Surselva.

DISENTIS-MUSTÉR

  • 01GraubundendisentismusterDisentis Muster
Disentis/Mustér, gelegen op 1143m, ligt tussen de toppen van het Rijndal (o.a. Oberalpstock (3327m), Péz Ault (3027m), Péz Cavardiras (2964m)) op de kruising van twee belangrijke alpine wegen, de Oberalppass en Lukmanierpass. De Lukmanierpass (1914m) verbindt het dal van de Vorderrhein met het Bleniodal in Tessin, het grensgebied tussen Graubünden en Tessin. De Reto-Romaanse naam Mustér is een verwijzing naar de witte Benedictijnen abdij, die het aangezicht van deze plaats overheerst. Deze abdij werd in de 7e eeuw gesticht en meerder malen verwoest. Eind 17e eeuw werd onder de abten Adalbert II de Medel en Adalbert III Defuns, de huidige Barokkerk herbouwd. Wie deze kerk bezoekt staat versteld van de overweldigende ruimtewerking en het prachtige lichtinval. Omdat het middenschip slechts de helft van de kerk inneemt, geeft dit een indrukwekkende dieptewerking. Het hoofdaltaar is afkomstig uit Degendorf in Beieren en dateert uit 1656. De preekstoel, een vroegbarok werk van Pierre Solèr, is inmiddels rijkelijk verguld.

  • 02GraubundendisentismusterKlooster Disentis Muster
Een grote deur links achteraan in de kerk geeft toegang tot de Mariakerk In de lange gang bevinden zich oude grafstenen van de abten van Disentis. Een majesteitelijke trap uit 1899 geeft uiteindelijk toegang tot de bedevaartkerk. De kerk is zeker een bezoekje waard, het heeft kostbare voorwerpen, schilderijen, beelden en oude meubels uit de 13e eeuw. De abdijschool van Disentis is met zijn tijd meegegaan en na het behalen van het diploma, heeft men toegang tot alle mogelijke studierichtingen. De monniken, die in het klooster les geven, hebben naast een theologische opleiding ook een andere studie richting gevolgd. Sinds 1972 gaan er ook meisjes naar de school, een kleine 200 leerlingen, waarvan het merendeel uit Graubünden, hopen hier hun diploma te behalen.

LUKMANIERPASS

De Lukmanierpass (Italiaans Passo del Lucomagno) is met zijn 1914m een van de laagste passen in de Zwitserse Alpen. Het is tevens de scheiding tussen het Italiaanse en Reto-Romaans taalgebied. Passo del Lucomagno is afgeleid van het Latijnse “Lucus magnus” hetgeen groot bos betekent. De Lukmanierpas is een natuurpark van nationale betekenis en kenmerkt zich door alpenweiden, moerassen en naaldbossen met arven en lariksen. Ondanks het graven van de St-Gotthardtunnel in 1880 blijft de Lukmanierpas een van de drukste passen van Zwitserland, omdat het een gemakkelijke verbinding blijft tussen Graubünden en Ticino. Vanuit Disentis, met zijn imposante Benedictijnen Klooster in het “Vorderrheintal”, gaat het gestaag zuidwaarts richting Biasca in kanton Ticino.

MEDELSERSCHLUCHT

  • 03GraubundenlukmaniermedelschluchtMedelser Schlucht
Vanuit Disentis/Mustér gaan we zuidwaarts door de indrukwekkende “Medelserschlucht (Höllenschlucht),” het is zeker de moeite waard om hier even te pauzeren of foto’s te maken voor we het dorp Curaglia bereiken. Curaglia is het grootste en noordelijkste dorp van de Medel (Lucmagn) gemeente dat deel uitmaakt van het district Surselva. De gemeente bezit verder tal van kleine dorpen, gehuchten en nederzettingen aan weerszijde van de vallei. Rein da Medel is de rivier die door de wild water vallei stroomt, komend van het hoger gelegen bergmeer Lai da Sontga Maria, op pashoogte. Gevoed door vele zijstroompjes stroomt Rein da Medel uiteindelijk ten zuiden van Disentis uit in de Vorderrhein. Op het bergmassief rond Piz Medel ligt het uitgebreide gletsjergebied Glatscher da Medel. Verder zuidwaarts wordt het landschap wilder en kaler. Lago da Sontga Maria is nauwelijks te zien op pashoogte vanwege de lange lawine galerijen die het zicht belemmeren naar het bergmeer.

LUKMANIERPASS PASHOOGTE (1914m)

LAGO DI SANTA MARIA

  • 01GraubundenlukmanierpasshoheLukmanier passhohe
Langs het stuwmeer “Lago di Santa Maria”, waarvan de laatste kilometers door een lawinegalerij gaan, bereiken we Lukmanierpass pashoogte (1914m). Het nieuwe Mariahospitium op de pas, werd in 1965 geopend. Informatie over het hospitium is te vinden onder de volgende  link: http://www.lukmanierpass.ch.

Rondom Val Canaria, Val Cadlimo en Passo di Lucomagno liggen op de almen schitterende bergmeertjes. (zie ook het verhaal onder berghutten o.a. Capanna Cadagno en onder Tessino). Na pashoogte rijden we het kanton Ticino binnen en dalen we af door het “Valle di Blenio” richting Biasca. Biasca het eindpunt van de Lukmanierpass en is om die reden dan ook onder Graubünden beschreven. Val Blenio is een ideaal reisdoel voor natuurliefhebbers, door dit ongerepte landschap lopen prachtige wandelpaden.

BIASCA

  • 01GraubundenlukmanierbiascaBiasca San Carlo kerk
In het kanton Ticino is Biasca het belangrijkste stadje van deze streek. Strategisch gelegen omdat de dalen Val Leventina, Val Blenio en Riviera hier samen komen (ook wel Ambrosiaanse dalen genaamd). De Brenno rivier, komend vanaf de Lukmanierpass, mondt hier uit in de Ticino. De Ticino rivier kent zijn oorsprong op de Nufenenpass en heeft het Bedretto - en Leventinadal dan al doorlopen om uiteindelijk via de Riviera uit te monden in het Lago Maggiore. Biasca bezit veel historische gebouwen en oude kerken, waaronder de Romaanse San Pietro e Paolokerk uit de 12e eeuw, een van de belangrijkste Romaanse bouwwerken van Zwitserland. Informeer eerst of de kerk open is, de 185 traptreden naar boven zijn anders voor niets geweest. De kerk is gebouwd van graniet, hetgeen hier nog steeds in de omliggende bergwanden wordt uitgehouwen. De grote zuilen verdelen de kerk in drie schepen, het middenschip en aan weerszijden twee  van ongelijke hoogte zijnde zijschepen. De prachtige gotische fresco’s in de kerk dateren uit de 13e tot de 17e eeuw. Een ander  monumentaal pand, waarvan de plattegrond een Grieks kruis voorstelt, is de San Carlo kerk. Het Klooster Santa Maria werd in verschillende fasen gebouwd rond 1490 en  bestaat uit een plein dat samen met de kerk een indrukwekkend complex vormt.

ILANZ

  • 02GraubundenilanzTreinstation Ilanz
Terug in het Surselva dal rijden we vanuit Disentis/Mustér richting Chur en is Ilanz ons volgend station in het Zwitserse kanton Graubünden. Zoals gezegd maakt het deel uit van het district Surselva (het dal van de Vorderrhein). Het is de  eerste stad aan de Rijn, één van de langste rivieren van Europa. Meer informatie op http://www.ilanz.ch/.

De oude binnenstad van Ilanz is zeker een bezoekje waard! De brochure "Wissenswertes auf den Rundgang durch die Altstadt" is gebaseerd op historische gebouwen en monumenten van deze stad. De brochure is verkrijgbaar bij het stadhuis of het Regionaal Museum Surselva en is gratis. Het Museum Regiunal Surselva aan de Städtlistrasse 10 dateert uit de 16e eeuw en was de stadswoning van de adellijke familie Grüneck Schmid. Uit deze tijd, dateren ook de muurschilderingen van het museum. Een mooi stukje techniekgeschiedenis is te zien in de historische werkplaats van de gebroeders Giger Schaus.

VALSERTAL-ZERVREILASEE (ILANZ)

  • 03GraubundenvalsertalZervreilasee
Vanuit Ilanz rijden we het Valsertal in, het stroomgebied van de Valser Rhein. Na een aantal dorpen en gehuchten bereiken we na ca. 20km het laatste dorp in het Valsertal, Vals. Dan volgen er nog enige haarspeltbochten en een tunnel van ca. 2km. Als we de tunnel uitkomen hebben we nog ca. 5km te gaan, over een smalle weg tot aan het stuwmeer. Let op: over deze smalle weg rijdt ook de plaatselijke busmaatschappij tot aan het clubhotel Zervreila, een geliefd plekje van wandelaars. Op P1984 vindt u de grote parkeerplaats, bij de kapel die gewijd is aan St. Bartholomäus aan de Zervreilasee.  

  • 02GraubundenvalsertalNatuurwaldreservat Zervreila-Zervreilasee
In het Natuurwaldreservat Zervreila staan zeldzame lariksen, arven, enige berkenbomen en bessen dragende bomen en struiken. Een Arve of Alpen-den, is een boomsoort uit de dennenfamilie. Hij groeit enkel in de Alpen tot vlak onder de boomgrens, maar kan hier ook iets hoger staan. De naam Zervreila komt van het voormalige dorp onderaan de stuwdam. 

 

 

  • 06GraubundenvalsertalCanalbrucke-Canaltal
Rondom de Zervreilasee staan de drieduizenders Zervreilahorn Frunthorn en Fanellhorn. Iets boven de stuwdam aan de westzijde de kleine nederzetting Funt met de St. Annakapel. Het is een prachtige dag, strak blauwe lucht en een heerlijke temperatuur om te wandelen. De eerste sneeuw is al gevallen, maar zal bij deze temperaturen ook weer snel verdwijnen. In de schaduw is het nog erg koud en moet de fleecetrui en muts nog dienst doen. Het gras is nog bevroren en hier en daar hangt een ijspegel. Dit zal weldra veranderen want na de  Canalbrücke wandelen we in de volle zon zodat de jassen uit kunnen.   

  • 08GraubundenvalsertalZervreilasee-Piz Tomul/Wissensteinhorn
We wandelen langs de Kapel (St. Bartholomäus) en de Brocha Hütta richting Canalbrücke. Gestaag gaat het dan bergopwaarts langs de Zervreilasee richting de Lampertsch Alp, dat 2uur staat aangegeven, de Läntahütte staat bijna 3uur aangegeven. Het uitzicht is adembenemend mede dankzij het prachtige weer kunnen we weer heel wat beelden op de gevoelige plaat vastleggen. Het is begin oktober de bessen hangen nog aan de bomen en de herfstkleuren zijn her en der al een beetje te zien. Kijkend richting de stuwdam valt het turquoise gekleurde water haast samen met de strak blauwe lucht, zij het dat de bergketen met de 2946m hoge Wissensteinhorn en stuwdam er tussen liggen.   

  • 13GraubundenvalsertalZervreilahorn-Plattenberg-Piz val Nova
De Zervreilahorn, Plattenberg en Piz val Nova staan aan het begin van de Zervreilasee en zijn een richtpunt voor ons. De boerenschuren op de Etzmeder zijn ruïnes geworden, zelfs de grote beschermsteen boven de schuur mocht niet baten. Dan bereiken we Oksastafel waar het informatie bord ons laat weten dat de Lampertschalp al gesloten is. Op Oksastafel passeren we Valser Rhein en wandelen we hierlangs gestaag bergopwaarts richting de Lampertschalp. Om de bocht zien we in de verte de Lampertschalp liggen met daarachter de Grauhorn (3260m) en Pizzo Cassinello (3103m). Aan de jonge Rijn op de Lampertschalp nuttigen we onze meegebrachte lunch en besluiten daarna om terug te gaan. Nu al wetende dat het Natuurwaldreservat Zervreila ons zeker nog een keer terug zal zien. 

RHEINSCHLUCHT-RUINAULTA

  • 02GraubundenruinaultaTreinstation Ilanz
In het drietalige kanton Graubünden wordt de Rheinschlucht op zijn Reto-Romaans  uitgesproken als Ruinaulta. Het Reto-Romaans is in deze omgeving de officiële taal, dus ook op wandelkaarten en in het openbaar vervoer. De landelijke wetten in Zwitserland werden altijd in drie talen opgesteld (Duits, Frans en Italiaans), sinds een paar jaar worden deze nu ook in het Reto-Romaans gepubliceerd en geldt het Reto-Romaans als officiële vierde landstaal.

Tijdens de vroege ochtendrit over de Oberalppass werden we geconfronteerd met hoog nevel een prachtig gezicht om te zien, maar niet om er doorheen te rijden. (boven de mist is het dan helder). We rijden naar het treinstation Ilanz en parkeren daar onze auto. De panoramische wandelkaarten van de omgeving zijn goed uitgebeeld en de wandelroutes zijn duidelijk beschreven. De route Ilanz- Reichenau staat aangeduid met een lengte van 25 km, waar men ongeveer acht uur over wandelt met een hoogteverschil van bijna 1000 m. We besluiten om een gedeelte van deze wandeling te doen. Met de Rhätische-Bahn gaan we door de Rheinschlucht naar station Versam-Safien.

  • 05GraubundenruinaultaChrummwang wandeling Rheinschlucht Ruinaulta
De Rhätische-Bahn, die bijna door heel Graubünden rijdt,  is een privébedrijf, evenals zoveel andere Zwitserse treintrajecten. Het bedrijf heeft vanaf 1889 vele Bünder-dalen ontsloten, pas in 1903 werd het traject Reichenau naar Ilanz in gebruik genomen. Begin vorige eeuw werd het traject doorgetrokken naar Disentis/Muster. Vanuit Versam-Safien gaat de ruim twaalf kilometer lange wandeling terug door de imposante Rheinschlucht. Om de Rheinschlucht goed te kunnen bekijken besluiten we om ruim 1 km langs de Vorderrhein met de stroom mee te wandelen, tot de spoorbrug over de Rijn na de Chrummwang tunnel.

  • 07GraubundenruinaultaTreinbrug bij Isla Bella
De ruim honderd meter hoge Chli Isla zal men moeten overbruggen om een nog beter zicht te krijgen op deze eigenaardige rotsformatie, de Ruinaulta. Over de brug hebben we een prachtig uitzicht op de kalkrotsen van de Rheinschlucht. Dit natuurwonder is met geen woorden te beschrijven, dit zal men met eigen ogen moeten aanschouwen. De drie- tot vierhonderd meter hoge witte kalkrotsen staan te pronken langs deze prachtige Rijndelta. Aan de andere kant van de rivier staat boven op de kalkrotsen het uitzichtplatform bij Conn (II Spir) dat het gemakkelijkst vanuit het mondaine Flims of Laaks is te bereiken.

  • 17GraubundenruinaultaRuinaulta
Eind 80’er jaren is de Bünder Arbeidsgemeinschaft für Wanderwege (BAW) pas begonnen met het aanleggen en verbinden van de bestaande wandelpaden in deze omgeving. Hierdoor kan men nu vanuit Trin Mulin langs de Rijn naar Ilanz lopen en van daaruit de hoger gelegen wandelpaden bereiken. Over de Chli Isla wandelen we terug over de Chrummwang- tunnel, stroomopwaarts langs de Rijnoever richting Ilanz. Langs het treinstation Versam-Safier wandelen we dan verder bergopwaarts, steeds met het uitzicht op de witte kalkwanden met hun bizarre vormen.

  • 18GraubundenruinaultaRuinaulta
Ook de zuidoever van de Rheinschlucht kent bijzondere en mooie wandelpaden. Na Islahalda krijgen we een korte steile klim door het bos en wandelen iets verder  van het spoor en de rivier af. Bovenlangs hebben we een prachtig uitzicht op Isla, de lager gelegen alphutten in deze Rheinschlucht. Over en langs klaterende kalkbeekjes gaat het dan verder richting Carreratobel, waar we weer langs het spoor en de oever van de Rijn uitkomen. De Carrera bergkloof, die uitmondt in de Rijn, spoelt enorme stenen richting de rivierbedding van de Rijn, dat hierdoor een indrukwekkende delta vormt.

  • 33GraubundenruinaultaStation Valendas-Sagogn
Langs mooi aangelegde barbecueplaatsen, (te vinden langs de hele wandelroute) wandelen we na het station Valendas-Sagogn binnen. Het is dan nog ruim een uur wandelen naar het volgend station Castrisch, hetgeen niet het mooiste gedeelte van de wandeling is. Wel hebben we prachtig uitzicht op de hoger gelegen dorpen Sagogn en Laax. Uiteindelijk komen we Ilanz binnen waar we vanmorgen zijn begonnen, wandelen naar de parkeerplaats en besluiten omdat nu we er toch zijn, het hoger gelegen Laax en Flims aan te doen.

FLIMS, LAAX EN FALERA

  • 01GraubundenflimsFlims Dorf
De mondaine vakantie oorden Flims, Laax en Falera bevinden zich op een zonnig bergplateau hoog boven de Rijnkloof. In het cultuurgebied van de Vorderrhein (Surselva) in het kanton Graubünden wordt Reto-Romaans gesproken, de vierde voertaal van Zwitserland. Flims is zowel in de zomer als winter een geschikt onderkomen voor actieve wandelaars. Flims bestaat uit Flims-Dorf en Flims-Waldhaus. Rond de kerk uit de 16e eeuw van Flims-Dorf staan nog enkel prachtige oude huizen. Bergbanen voeren ons over de Flimserstein naar de 2637m hoog gelegen Cassons Grat. De loodrechte wanden van de Flimserstein beschermen de dorpen tegen de noordenwinden.

Falera heeft de charme behouden van een Bünder bergdorp en zorgt voor een ontspannen gezinsvakantie. Met een stoeltjeslift kunt u naar Curnius (1644m). Het oude kerkje St. Remigius, met mooie muurschilderingen, staat eenzaam op een heuvel met uitzicht op Ilanz. Laax staat vooral in de wintermaanden bekend als trekpleister voor snowboarders. Tennis, golf, kanoën, rivier raften, deltavliegen, alsook thematische wandelwegen, bergweiden en meren bieden een afwisselend verblijf in deze regio, met de Zwitserse Grand Canyon (zoals de Rijnkloof ook wel wordt genoemd) op steenworp afstand.

  • 06GraubundenflimsCaumasee
Door het mondaine Flims waar het in de vroege ochtend- en avonduren een komen en gaan is van hete luchtballonnen, rijden we terug naar de parkeerplaats van de Caumasee in Flims-Waldhaus. Parkeren is hier gratis, jawel u leest het goed een groot pluspunt t.o.v. het Berner-Oberland waar bijna overal en zelfs de meeste afgelegen dalen parkeergeld betaald moet worden. We verzamelen enige informatie van het gebied en wandelen richting Caumasee, dat 15 minuten staat aangegeven. Een bergmeer dat gevoed wordt door onderaardse bronnen: hierdoor bereikt het water in juni een temperatuur van 18-24 ºC. In dit prachtig aangelegd wandelgebied, dat zelfs voor rolstoelgebruikers en kinderwagens toegankelijk is, dalen we gratis met de cabinelift richting Caumasee. De Caumasee met z'n turkooiskleurige water en schilderachtige baaien doet denken aan stranden langs de Middellandse Zee. Men kan hier zwemmen, waterfietsen of met een roeiboot het meer op gaan. Het uitzichtplatform bij Conn is nog bijna een uur wandelen, we hebben hier vandaag helaas geen tijd meer voor, maar komen zeker nog een keer terug. Als we de rijbaan vervolgen richting het oosten bereiken we Chur, de hoofdstad van Graubünden. Vervolgens gaan we bij Tamins via de Domleschg Vallei het Hinterrhein gebied in, richting de San Bernardinopass.

CHUR (OUDSTE STAD ZWITSERLAND)

  • 01GraubundenchurChur
Het door hoge bergen omsloten Chur is de oudste stad van Zwitserland en werd door de Romeinen gesticht. Er zijn vondsten uit ca. 2500v. Chr. In de Romeinse tijd werd Chur Cura Raetorum genoemd. Daarna werd Chur bisschopsstad en na de Eedgenootschap in 1803 werd Chur kantons-hoofdstad. Chur heeft twee stadsdelen het moderne stadsdeel en het authentieke oude stadsdeel dat gedomineerd wordt door het 18e -eeuwse bisschoppelijke paleis. De laat romaanse kathedraal uit de 12e eeuw werd in honderd jaar gebouwd en in 1272 ingewijd. Het 15e -eeuws gemeentehuis heeft een raadszaal uit 1494 en de laatgotische St. Martinskerk, is in de 15e eeuw gebouwd op de fundamenten van een vroegere kerk, die bij een grote stadsbrand in 1464 gedeeltelijk werd verwoest. Deze grootste laatgotische kerk van kanton Graubünden werd gebouwd na de stadsbrand in 1464. De eerste St Martinskerk was oorspronkelijke een Karolingisch bouwwerk uit de 8e eeuw. De oudste documenten dateren uit 769. In 958 werd er een wijngaard toegekend. De eerste kerktoren werd pas in de 12e eeuw gebouwd. De St. Martinskerk was een geschenk van Keizer Otto de eerste aan de bisschop van Chur.

  • 05GraubundenchurMaltesertoren
Chur met zijn vrijwel “autovrije” Alt Stadt is zeker een bezoekje waard, de nauwe steegjes, mooie fonteinen en oude gebouwen maken de stad sfeervol. De Malteser toren dateert uit de eerste helft van de 13e eeuw en vormt samen met de Obertor een gedeelte van de oude stadsmuur. Het huis Zschaler nu café aan de Gansplatz, heeft een mooie beschilderde voorgevel. Het Marsol, dat vroeger de stallen waren van de Churer Domheren werd in 1909 door een Bisschop van Chur verbouwd tot hotel. De Hegisplatz is ommuurd door meerder historische gebouwen, het Hegishuis werd in de 16e-17e eeuw door de Zürcher familie Hegi bewoond, vandaar de naam Hegisplatz. Aan de Kirchgasse, Reichssgasse en Rabengasse staan fraaie huizen met luiken. Op de Bahnhofplatz zijn de rode- en groene voetsporen op het trottoir verdwenen. Het waren gemarkeerde wandelroutes door de stad Chur, waarvan de ene kleur u naar het oude stadsdeel leidde en de andere kleur naar het nieuwe deel van de stad. Zij die goed opletten kunnen her en der nog wel een aantal voetsporen terugvinden. Nu moet men het doen met een platte grond, dat dan wel weer gratis te verkrijgen is bij de plaatselijke VVV. Maar u kunt Chur ook met een stadsgids bezoeken; informeer bij de plaatselijke VVV.  

  • 10GraubundenchurRijn
De gemeentegrens wordt gevormd door de Rijn, die ten noorden van Chur stroomt. Door Chur stroomt de Plessur dat vanuit Arosa komt en ten noorden van Chur uitmondt in de Rijn. De Churer Hausberg, de Brambrüesch (1590m), is bereikbaar vanuit het oude stadsdeel. Brambrüesch is het uitgangspunt voor een aantal prachtige wandelroutes onder meer naar Churwalden, Feldis/Veulden of Malix. De Haldensteiner Calanda, die ten noordwesten van Chur hoog boven het Rijndal torent, is vanuit het dal te bereiken. Door het pittoreske dal met zijn drie berg-ruïnes; Haldenstein, Grottenstein en Lichtenstein  wandelen we richting de Haldensteiner Calanda. De Calandahütte is vanaf deze locatie in ca. vier uur te bereiken, bedenk wel dat er ruim 1500 hoogt meters moeten worden afgelegd over een lengte van 9 km.  De Haldensteiner Calanda wordt ook wel aangemerkt als huisberg van Chur, maar deze staat totaal niet in de gemeente Chur. Door de centrale ligging van Chur, zijn alle bekende toeristische bestemmingen in Graubünden vanuit de bisschopsstad te bereiken.

  • 11GraubundenchurRhatische Bahn
Chur is het knooppunt van alle belangrijke treinverbindingen van de Räthische Bahn. Behalve het smalspoortraject van de RhB stoppen hier in Chur ook de treinen van de Glacier Express en Bernina Express, zij het dat deze trienstellen op normaal spoor rijden. De eerste trein rolde in 1858 Chur binnen. Door Chur rijdt over de doorgaande weg de trein van de Rhätische Bahn het traject van Chur naar Arosa. De autoweg van Chur naar Andermatt, door het Surselva dal, is een belangrijke verbinding tussen het Graubünderland en Centraal Zwitserland. Maar op cultureel gebied heeft Chur, behalve zijn oud stadsdeel nog meer te bieden. Chur is namelijk ook het culturele centrum van het kanton Graubünden. Het Bündner kunstmuseum (ook wel museum of fine arts genoemd), het historische Rätisch museum, het Bündner natuurmuseum en het stadsmuseum zijn zo een greep uit de culturele kantonnale hoofdstad Chur. Bovendien leeft Chur in de zomermaanden van de vele straatkunstfestivals.

AROSA (SCHANFIGGTAL)

  • 01GraubundenarosaArosa
Aan het eind van het Schanfigg dal, ligt tussen Obersee en Untersee op een hoogte van 1800m, het ski- en vakantieoord Arosa. De kersverse gemeente Arosa is ontstaan in 2013, door een gemeentelijke fusie met de voormalige gemeenten Calfreisen, Castiel, Langwies, Lüen, Molinis, St. Peter, Peist en Arosa. In een oorkonde uit 765 komt Schanfigg voor het eerst voor in de boeken, destijds onder de naam “Scanavico”. Het Schanfigg dal liep toen tot Frauentobel, het gebied tussen Peist en Langwies. Het gebied daarachter was in die tijd alp- en jachtgebied. Enkel dorpen langs de rijbaan doen we aan: zo is bij het dorp Litzirüti het spoortraject dubbelspoor uitgevoerd, zodat de berg-trein en dal-trein elkaar kunnen passeren.  

  • 03GraubundenarosaLangwies Viaduct
Langwies staat bekend om zijn 287m lange “Langwieser Viadukt” over het Plessurtal, de spanwijdte bedraagt 100m en zijn hoogte is 62m. Het was destijds de grootste betonnen spoorbaanviaduct van de wereld. De bouwkosten bedroegen maar liefst 625.000 CHF, wat veel geld was begin vorige eeuw. De skigebieden van Arosa en Lenzerheide zijn sinds kort met elkander verbonden en vormen hiermee het grootste samenhangende skigebied van Graubünden. In de zomermaanden is Arosa een geliefd wandelgebied. Arosa heeft ruim 200km aan wandelroutes zoals themaroutes, uitdagende- of eenvoudige wandelroutes, m.a.w. Arosa heeft voor iedere wandelaar een wandelroute. Bijna alle treintrajecten van de Rhätische Bahn zijn de moeite waard. De spoorlijn van Chur naar Arosa is slechts 26 kilometer lang, maar duurt een uur. Met de auto gaat het overigens niet veel sneller, vele maar dan ook echt vele bochten overwinnen uiteindelijk de ruim 1000m hoogteverschil. De Chur-Arosa-Bahn werd van 1912 tot 1914 aangelegd, de toegangsweg van Chur naar Arosa werd pas in 1927 vrijgegeven.  

  • 06GraubundenarosaRhatische Bahn
Arosa ligt aan de voet van de 2652m hoge Weisshorn, welke men met een kabelbaan kan bereiken. Vanaf de Weisshorn zijn prachtige hoogtewandelingen te maken. Vanaf het middenstation is sinds augustus 2018 het Arosa Bärenland geopend. Een zo natuurlijk mogelijk berenverblijf waar beren zich kunnen baden, klauteren en voedsel zoeken. Vanaf een platvorm en vanuit de gondelbaan is het berenverblijf te zien. Napa, de eerste beer in het berenverblijf werd in 2006 geboren in Servië, waar hij destijds uit een kooi gered kon worden. Begin 2019 werden Meimo en Amelia, twee beren uit Albanië, naar het berenverblijf in Arosa gebracht waar ze in de toekomst samen met Napa misschien wel voor nakomelingen gaan zorgen in deze mooie natuurlijke omgeving. Overigens moet er voor de trip 20 CHF (2018) betaald worden, zowel te voet als met de gondelbaan. Vanaf de Weisshorn zijn prachtige hoogtewandelingen te maken. De Arosa gastenkaart is tegen betaling van 5CHF te verkrijgen bij de gastheer/vrouw waar men verblijft en geeft vrije toegang tot de bergbanen (Weisshorn en Hörnli-Express) van Arosa. Een dagkaart daarentegen kost 18CHF (2018). Een wandelroute langs 10 bergmeren is er een voor meerdere dagen. Info over Arosa is te vinden onder; https://www.gemeindearosa.ch/tourismus/tourismus-schanfigg.html
http://www.schanfigg-tourismus.ch/site/index.php
http://www.arosabaerenland.ch.

SAN BERNARDINOPASS

  • 01GraubundensanbernardinopasBernhardinpass pashoogte
De San Bernardinopass (2066m) is de weg van Chur, de hoofdstad van Graubünden, naar Bellinzona, de hoofdstad van Ticino en leidt door een prachtig berglandschap. Talrijke dorpen met oude kerken en kastelen liggen langs deze oude kantonnale weg. De San Bernardinopass (Ital. Passo del San Bernardino, Dt. Bernhardinpass of Sankt Bernhardin) dankt zijn naam aan Sint Bernardus uit Siena, die omstreeks 1450 een kapel liet bouwen in dit gebied en er vervolgens heeft gepreekt. De prachtige Viamalaschlucht en Rofflaschlucht zijn zeker een bezoekje waard.

  • 03GraubundensanbernardinopasReichenau Vorder- en Hinter Rhein
De San Bernardinopass verbindt het Duitstalige Hinterrhein dal met het Italiaanstalige Valle Mesolcina (het dal van de watervallen). Vanuit Chur rijden we over de secundaire weg de N13 richting pashoogte. Bij Reichenau-Tamins komen Vorder- en Hinterrhein samen, vervolgens stromen ze samen als Rijn richting de Noordzee.

DOMLESCHG VALLEI

  • 01GraubundensanbernardinopasdomleschgOrtenstein Rothenbrunnen
Verder richting pashoogte rijden we de Domleschg Vallei binnen. De meest noordelijke plaats is Rothenbrunnen en de meest zuidelijke is Sils. In Rothenbrunnen blijven we de aanwijzing “Burgenpfad Domleschg” volgen, dat in de dorpsstraat op 620m hoogte staat aangegeven. De Domleschg vallei is een van de meest kastelenrijke regio's van Zwitserland. Van noord naar zuid zijn het o.a. kasteel Hochjuvalt en kasteel Innerjuvalt nabij Rothenbrunnen. Kasteel Ortenstein staat in de buurt van de gemeente Tumegl/Tomils. In de omgeving van Paspels staat de burchtruïne Alt Süns en slot Sins. Iets zuidelijker onder het Canovameer de gelijknamig bergruïne Canova. In Rodels volgt dan slot Rietberg en in Pratval staat kasteel Hasensprong. In Fürstenau staat kasteel Schauenstein waarna we de gekanaliseerde Rijn oversteken naar de doorgaande weg, tussen Rhotenbrunnen en Fürtsenau is de Rijn namelijk gekanaliseerd. Een volledige beschrijving met alle kastelen en burchten van het wandelpad genaamd “Burgenpfad Domleschg” is bij de plaatselijke VVV te krijgen. Na Fürstenau blijven we de Hinterrhein volgen richting Thusis en rijden hier het Viamala gebied binnen.

THUSIS

  • 01GraubundenthusisThusis
Thusis, gelegen op 700m hoogte is een belangrijk verkeersknooppunt aan de doorgaande route naar de San Bernardinopass, ook is Thusis het beginpunt voor de routes naar de Julierpass en Albulapass. Iets ten noorden van Thusis vloeien de Albula en Achter-Rijn samen. De doorgaande hoofdstraat met aan weerszijden vele winkels is ondanks de aanleg van de autosnelweg in de jaren 60 van vorige eeuw nog behoorlijk druk. De smalle zijstraten met dorpspleintjes en waterbron daarentegen doen gezellig aan. Het nostalgisch bloemenwinkeltje in Thusis heeft zijn bloemenserenade uitgestald en probeert het zo aan de man te brengen. Tegenover het bloemenwinkeltje staat de Hervormde Kerk van Thusis. De kerk werd gebouwd door een Oostenrijker, Andreas Bühler uit Gmünd. Het is gebouwd in de pre-Reformatieperiode 1491-1506 (laat gotische stijl) en is geweid aan St. Mary. De katholieke kerk in het noorden van het dorp was oorspronkelijk een stal en werd in 1896 omgebouwd tot een kleine kerk, het parochiehuis staat nu op deze plek. De huidige moderne katholieke kerk met vrijstaande toren werd in 1966 ingewijd.

  • 03GraubundenthusisSchlossli von Rosenroll
Vele oude gebouwen waaronder Schlössli von Rosenroll zijn privé bezit en niet toegankelijk. De historisch genoemde plaats Thusis werd het eerst vermeld in 1156 en dankt zijn oorsprong en ontwikkeling hoofdzakelijk aan het verkeer dat van en naar de Alpine passen Splügen en San Bernardino ging. Na een grote brand in 1845, waarin ongeveer 80 huizen en even zo vele stallen in vlammen opgingen, bleek hoe belangrijk Thusis was met zijn restaurants, warenhuizen en ruim 400 paardenstallen. Na de opening van de Gotthardspoorlijn in 1882 namen rijtuigen en paardenkoetsen zienderogen af in het transitoverkeer. Toen de verbrandingsmotor rond de eeuwwisseling zijn intrede deed werd de San Bernardinopass verder uitgebouwd. Oorlogen vertraagden het project maar op 1 december 1967 werd de eerste nationale Alpentunnel, de San Bernardinotunnel geopend en werd Thusis verkeersknooppunt aan de doorgaande route naar de San Bernardinopass dat noordoost-Zwitserland verbindt met het Italiaanstalige Ticino.

VIAMALA (VIAMALA-SCHLUCHT)

  • 05GraubundensanbernardinopasviamalaViamala-Schlucht Wildenerbrucke
De Viamala Schlucht is zeker de moeite waard om over de 359 traptreden naar beneden te wandelen. Via informatieborden langs de wandelroute krijgt u meer inzicht over deze rivierkloof. Kolkgaten zgn. gletsjermolens, diep uitgesleten steile rotswanden, een hangbrug en een oude Wildenerbrug uit 1739 maken van de Viamala-kloof een hele belevenis. De Premoli-Brücke uit 1935 is naast de oude Wildenerbrücke gebouwd en dient nu als rijbaan. De oude handelsroute de zgn. Säumerweg is op een fantastische manier boven de kloof uitgebeeld. De cultuurweg en lange afstandswandeling Via Spluga is een 65km. lang wandeltraject dat van Thusis naar het Italiaanse Chiavenna loopt. Door het Schonstal en Rheinwald gaat het over de Splügenpas door het Italiaanse Giacomodal naar Chiavenna. Meer informatie met overnachtingsmogelijkheden is te vinden onder: www.viaspluga.com en www.viamala.ch of het prospect bij de plaatselijke VVV. 

ZILLIS - ST. MARTINSKERK

  • 01GraubundensanbernardinopaszillisZillis Martinskerk 12e eeuw
Verder naar het zuiden bereiken we Zillis, bekend vanwege zijn St. Martinskerk uit de 12e eeuw. Deze romaanse Sint Martinuskerk wordt voor het eerst vermeld in 831, opgravingen bevestigen dat er rond die tijd een kerk heeft gestaan. Maar de Sint Matinuskerk is voornamelijk bekend om zijn beschilderde houten plafondpanelen. De 153 originele panelen zijn begin 1100 gemaakt door een schilder waarvan de naam onbekend is gebleven. De doorgaande weg gaat nu Schons vallei (Val Schons) heten.

ROFFLASCHLUCHT

  • 03GraubundensanbernardinopasrofflaschluchtRofflaschlucht
Tussen Andeer en Splügen bevindt zich de schitterende Rofflaschlucht met Rofflafall, een avontuurlijke wandeling voor jong en oud om onder de Hinterrhein door te lopen. In het restaurant, dat ook de toegang verschaft naar de waterval, heeft men een klein museum ingericht over de geschiedenis van de Rofflaschlucht. Bij de ingang van de Rofflaschlucht staan de herdenkingsstenen van de oprichters van de Rofflaschlucht. Maria en Christian Melchior-Pitschen konden zich geen betere rustplaats wensen, hier aan de voet van de Rofla kloof.


VAL FERRERA (JUF AVERS)

  • 01GraubundensanbernardinopasvalferreraJuf (Avers)
Na de rivierkloof en waterval rijden we Val Ferrera binnen, via Ausser- en Innerferrera rijden we richting Cröt. Hier splitst het dal zich in het Madrisch dal en Avers dal. Wij volgen de aanwijzing Juf Avers en na enige haarspeldbochten bereiken we Cresta Avers. Er volgen nog een aantal gehuchten en dorpjes waarvan de namen allen eindigen op Avers. Achter in het dal bereiken we op een hoogte van 2124m Juf Avers. Juf Avers is de hoogstgelegen nederzetting van Europa, dat het gehele jaar door bewoond is. Op de kale hoogvlakte van Juf staan geen bomen de “ongerepte schoonheid” is zelfs gespaard gebleven van hoogspanningsmasten en toeristische hotels. Het authentieke dorp is iets voor wandelaars en rustzoekers, grote getale mensen zal je hier niet aantreffen. Het hout voor het bouwen van de huizen zal vanuit het dal getransporteerd moeten worden. Lange tijd werd gedroogde mest van dieren gebruikt als brandstof. Te voet gaat het dan verder over de Juffer Alp naar de drieduizenders achter in de Avers vallei.   

Op de terugweg rijden we na Campsut richting Valle di Lei en het gelijknamig stuwmeer Lago di lei. In de informatieruimte van deze elektriciteitscentrale van de Hinterrhein laat men u op indrukwekkende wijze kennis maken met het opwekken van stroom uit waterkracht. Over de stuwdam komt men in Italië, wij rijden weer terug naar de Schons vallei en vervolgen dan de doorgaande route naar de San Bernardinopass en bereiken Sufers aan de Sufner See in het Rheinwald.

  • 05GraubundensanbernardinopasvalferreraSufnersee
In het dorp Sufers (1426m) gelegen aan de Sufner See begint de wandeling naar de Cufercalhütte (2385m). Verder richting het westen bereiken we Splügen in het Rheinwald, daar splitst de rijbaan zich enerzijds richting de Splügenpass en anderzijds richting de San Bernardinopass.

SAN BERNARDINOPASS PASHOOGTE (2066m)

De autoweg richting de San Bernardinopass voert ons tot het dorpje Hinterrhein, hier hebben we de mogelijkheid om door de bijna 7 km. lange tunnel te rijden (die in 1968 in gebruik is genomen) of een uurtje om te rijden over de bergpas San Bernadino. Beide wegen komen in het dorp San Bernadino (1608m) uit. Na ruim 9 km komen we aan op  de pashoogte, achter ons latend het Albulamassief en het Hinterrheintal.

  • 01GraubundensanbernardinopaspashoogteSan Bernardino pashoogte
San Bernadino (2066m), staat aan het Lago Moesola, een bergmeertje gelegen op deze kale pashoogte vanwaar we een mooi weids uitzicht hebben. Van het Ospizio San Bernardino, het oude Hospiz boven op de pas, kunt u te voet over de 19 km lange oude handelsroute richting San Bernadino, een prachtige afdaling om nooit te vergeten. 

Pashoogte is een mooie plek om foto’s te maken o.a. richting P. Uccelo (2724m). Op de terugweg rijden we nog even richting Splügenpass, dat iets verder onder dit artikel beschreven staat.

SAN BERNARDINO

Vanaf het plaatsje San Bernardino, gelegen op 1600m, gaat het gestaag bergafwaarts langs de Moesa rivier door het Mesolcina-bergdal richting Bellinzona. De plaats Mesocco, ooit een sterke vesting  is het eerst volgende dorpje in zuidelijke richting. De Burcht op de steile rots is inmiddels een vervallen ruïne. Verder naar het zuiden bereiken we Bellinzona in Ticino. Bellinzona het eindpunt van de San Bernardinopass staat dan ook hier beschreven.

BELLINZONA

  • 01GraubundensanbernardinopassbellinzonaBellinzona
Bellinzona is de hoofdstad van het Italiaanssprekende Zwitserse kanton Ticino. Bellinzona is de sleutel tot de strategisch gelegen passen St.Gotthard, Lukmanier en de San Bernadino. Alle drie de passen zijn nog steeds belangrijke transportroutes tussen de omliggende landen; Oostenrijk en Italië. Bellinzona is de stad met de best bewaarde kastelen van Zwitserland. De 3 kastelen staan inmiddels op de UNESCO werelderfgoed lijst.

Het Castelgrande staat in het centrum van de stad op een heuvel, terwijl naar het oosten de kastelen Montebello (It. Castello di Montebello ) en Sasso Corbao (It. Castello di Sasso Corbaro ) staan.

  • 03GraubundensanbernardinopassbellinzonaKasteel Bellinzona
Het uitzicht op de beide andere burchten, vanaf de indrukwekkende verdedigingsmuur van Castelgrande is grandioos. De oude tuinen van de burcht, brengen je helemaal terug in de tijd: de zwerftocht door de Middeleeuwen kan beginnen!

Andere belangrijke gebouwen uit de 15e eeuw zijn; Maria delle Grazia en de SS Pietro en Stefano kerk met zijn imposante renaissancegevel, gebouwd tussen 1518-1565. Het barokke interieur herbergt enkele mooie taferelen. De preekstoel, wentelend om een pilaar van de kerk, bestaat hoofdzakelijk uit verschillende soorten marmer. De vele kapellen in de kerk hebben zo zijn eigen betekenis.

SPLÜGENPASS (PASSO DELLO SPLUGA)

  • 01GraubundensplugenpasSplugenpass
De 2113m hoge Splügenpass (It.: Passo dello Spluga) in Graubünden  ligt op de grens van Zwitserland en Italië. Splügen gelegen op 1450m aan de Hinterrhein ligt aan de voet van de gelijknamige pas. De Splügenpass verbindt het Zwitserse Rheinwald met het Italiaanse Chiavenna in de provincie Sondrio. Het bochtige gedeelte kent tot pashoogte enkel een paar gehuchten en is voor de rest een kale hoogvlakte.  

  • 05GraubundensplugenpasBerghaus Splugenpass
Voor pashoogte staat het Zwitserse douanekantoor met Berghaus Splügenpass, beide gesloten zo te zien, daarachter staan de Schwarhörners. Iets verder aan de rechterzijde van de rijbaan de 312m lange galerij die dateert uit 1843-1846. De Splügen-route was vroeger gevaarlijk i.v.m. sneeuwlawines en sneeuwstormen.  

 

 

 

  • 06GraubundensplugenpasGallerij Spugenpass
De galerij aan de noordzijde is het enige bouwwerk op de Splügenpass dat nog bestaat, het is meerdere keren gerenoveerd en nu cultureel erfgoed. Na de 2e wereldoorlog werd de Spügenpass in de wintermaanden afgesloten. Aan Italiaanse kant is de weg smal en zijn de haarspeldbochten erg krap. Op 1900m hoogte, na de pasovergang met Italië, ligt het eerste dorpje Montespluga aan het gelijknamige stuwmeer Montespluga. Na de bouw van de San Bernardinotunnel is het verkeer op de Splügenpas aanzienlijk afgenomen. Op de kille en koude pashoogte zijn alle gebouwen afgesloten. Het is alweer bijna twee eeuwen geleden dat de bergpas werd aangelegd (1822).

LENZERHEIDEPASS

  • 01GraubundenlenzerheidepasLenzerheide
De 1549m hoge Lenzerheidepass in Graubünden verbindt de oudste nederzetting van Zwitserland Chur met Tiefencastel in het Albula dal. De al vrij oude pasovergang werd al in de Romeinse tijd en middeleeuwen gebruikt. Samen met de Septimerpass was het de handelsroute tussen Zuid-Duitsland en Italië. Vanuit Chur gaat het gelijk bergopwaarts door haarspeldbochten en langs de bergdorpen Malix, Churwalden en Parpan, waarna we pashoogte en de Heidsee bereiken. Langs de Heidsee dalen we dan via Lantsch/Lenz richting Tiefencastel. 

  • 03GraubundenlenzerheidepasSt. Cassian
Na Lenzerheide staat langs de rijbaan op 1415m de laatgotische St. Cassian kapel. De kapel werd voor het eerst genoemd in 1405. In 1513 zijn de laatgotische wijzigingen aangebracht. Lenzerheide richt zich zowel in de zomer als ook in de winter op toeristen. In de zomer treft men er vele wandelaars aan en voor de winter is kort geleden (2013) een 225km lang skigebied gerealiseerd, samen met het hoger geleden Arosa. Arosa is met de auto of trein alleen vanuit Chur door  het Schanfiggdal te bereiken. Vervolgens rijden wij verder over de Lenzerheidepas.

 

  • 04GraubundenlenzerheidepasTiefencastel
Voor Tiefencastel slingeren we dan nog door een aantal haarspeldbochten waarna we op de viersprong in het dorp een keuze moeten maken Albulapass of Julierpass die verder gaan naar het Engadin, of door het smalle Schin langs de Albula rivier richting Thusis. Wij rijden rechtdoor en gaan de Julierpass op.

JULIERPASS (PASS DAL GÜGLIA)

  • 01GraubundenjulierpasJulierpass pashoogte
De 2284m hoge Julierpas (Reto-R.: Pass dal Güglia, It.: Passo del Giulia) in Graubünden loopt van Tiefencastel naar Silvaplana of omgekeerd. Het is de verbinding tussen het Engadin en Tiefencastel in het Albula dal. Doordat de weg breder is dan de Albulapass treft men hier dan ook meer doorgaand verkeer, ondanks de grote hoogte wordt de Julierpass ook in de wintermaanden sneeuwvrij gemaakt om Sankt-Moritz bereikbaar te houden.  

  • 02GraubundenjulierpasSavognin, Punt Crap
Savognin het eerste bergdorp vanaf Tiefencastel bezit nog een middeleeuwse brug over de Gelgia. Het fotogenieke bergdorp ligt tussen ruige bergketens met steile ravijnen en glooiende bergweiden. Savognin is zowel in de zomer als in de winter een populair toeristenoord, de officiële taal is het Reto-Romaanse.  

 

 

 

  • 04GraubundenjulierpasLai da Marmorera Julierpass
Verder bergopwaarts door het Sursés-dal (Dt. Oberhalbstein), (ook al heb je nog steeds niet het gevoel dat je op een bergpas rijdt), bereiken we het Marmorera meer (Lai de Marmorera). Langs de Gelgia rivier rechts van de rijbaan en dan weer links van de rijbaan zijn we aangekomen in Bivio. Het dorp zelf stelt niet veel voor maar na hotel Post “splitst” de rijbaan zich. Rechtsaf gaat het dan naar de Septimerpass. De pas dateert uit de Romeinse tijd. Bivio ligt in het grootste natuurpark van Zwitserland, het Ela Parc, genaamd naar de hoogste berg in het park de 3339m hoge Piz Ela. Wij blijven op de doorgaande weg richting Silvaplana. Vanaf Bivio begin je het gevoel te krijgen dat je op een pas rijdt, de bochten worden scherper, haarspeldbochten volgen elkaar op en iets voor pashoogte wordt de rijbaan zienderogen smaller.

  • 08GraubundenjulierpasSur Gonda
Alp Sur Gonda aan de doorgaande weg ligt er verlaten bij en is zo te zien al klaar voor de winter. Iets voor pashoogte bij La Veduta, op een hoogte van 2233m is het Hospiz op de Julierpass. Op pashoogte (2284m) staan opvallende torens die werden gebouwd voor de Theatervoorstellingen van het Bünder Theater Origen Festival Cultural. Ook is er een kiosk die zowaar geopend is en een bergmeertje. Rondom Lej da las Culuonnas op pashoogte is een leuke korte wandelroute om even de benen te strekken. Vanaf pashoogte is het slechts 400 hoogtemeters dalen door het woeste Vallum dal en na een paar haarspeldbochten bereiken we in no-time Silvaplana.  

  • 12GraubundenjulierpasSilvaplana Surlej
Silvaplana (1800m) ligt aan twee grote bergmeren te weten de Silvalplaner-See (Lej da Silvaplana) en Lej Suot dat samen met de Champfèrer-See (Lej da Champfèr) eigenlijk een zee vormt. Omdat beide zeeën nogal hoog liggen telt net als bij bomen dat hoge zeeën veel wind vangen. Vandaar dat de surfsport en zeilsport op deze meren op nummer een staat. Langs het lej Giazöl bereiken Sils/Segl-Baselgia langs de doorgaande weg.
 

  • 16GraubundenjulierpasSils-Segl Baselgia
Het kerkje St. Lorenz trekt onze aandacht. Het dateert uit 1356 en wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1356. Het dorp stelt verder niet veel voor, achter het dorp Lej da Segl oftewel op zijn Duits de Silsersee. 

SEPTIMERPASS (PASS DE SETT)

  • 01GraubundenseptimerpasTgavretga-dal, Pass da Sett, Septimerpass
De 2310m hoge Septimerpass (Reto-R.: Pass de Sett, It.: Passo del Settimo) verbindt Bivio aan de Julierpass met de Casaccia in het Bergell-dal (Val Bregaglia). In de Romeinse tijd was de Septimerpass een belangrijke pasovergang maar werd door de jaren heen nooit echt gemoderniseerd. De Septimerpass wordt nu enkel in de zomer door Mountainbikers, bergwandelaars en het Zwitserse leger gebruikt. Bij het voormalige Hospiz, iets ten zuiden van pashoogte, zijn kort geleden nog scherven en zilvermunten uit de romeinse tijd gevonden. In de middeleeuwen behoorde de Septimerpass tot de meest gebruikte passen in dit Alpen gebied. Reizenden, handelaren en pelgrims gebruikten deze verbinding tussen Bivio en Casaccia. In 1387 besloten de toenmalige Bisschop van Chur en Jakob van Castelmur uit het Bergell-dal een berijdbare pasovergang aan te leggen. Maar door de concurrentie van omliggende bergpassen verloor de Septimerpass aan populariteit. Na de bouw van de Julierpass in de 19e eeuw werd het handelsverkeer op de Septimerpass stopgezet. Ook op pashoogte vind je de waterkering tussen Rijn (naar Noordzee) en Po (naar Adriatisch zee). We vervolgen de route richting de Malojapas.

MALOJAPASS - (PUERTO DE LA MALOJA)

  • 01GraubundenmalojapasPasso del Maloja pashoogte
De 1815m hoge Puerto de la Maloja (It.: Passo del Maloja en op zijn Duits Malojapass) verbindt het Italiaanse Chiavenna in het Bergell-dal (Val Bregaglia) met Silvaplana in het Engadindal. Vanuit Silvaplana gaat het gestaag bergopwaarts langs de Silvaplanersee en Silsersee.  

  • 04GraubundenmalojapasLej da Segl, Silsersee
Na de Silsersee bereiken we al vrij vlot het dorp Maloja, met in het dorp Maloja de geringe pashoogte van 1800m. Het rustieke pasbergdorp straalt sfeer uit en is een gezinsvriendelijk vakantieoord. Na pashoogte volgen enkele scherpe en vele haarspeldbochten langs de Orlegna rivier richting Italië. Voor de eerste haarspeldbocht, (staat als parkeerplaats naar links aangegeven) ligt na de parkeerplaats bij P1790 Orden / Diga, het Fornotal (Val Forno).  

 

 

 

  • 08GraubundenmalojapasFornotal, Orden, Piz da la Margna
In het ruige Fornotal hebben ze een stuwmuur gebouwd om een eventuele overstroming tegen te houden. Beelden uit de vorige eeuw tonen aan hoe snel het krachtige water het gebied hier kan veranderen. Na de bouw in de jaren vijftig vorige eeuw, heeft de stuwmuur in 1987 uitstekende diensten bewezen. Dankzij de stuwmuur in Albigna en Orden is het Bergell-dal (Val Bregaglia) een grote ramp gespaard gebleven. De Malojapass is doorgaans het gehele jaar open, maar wegafsluiting komt vaak voor op deze bergpas bij hevige sneeuwval, waarbij er dan rekening moet worden gehouden met wachttijden. Wij keren om en gaan richting Sankt Moritz.

SANKT MORITZ (OBERENGADIN)

  • 01GraubundenstmoritzGrand Hotel St. Moritz
Tussen de Berninapass en Julierpass ligt op een hoogte van 1822m in het Oberengadin aan de Sankt Moritzersee de wintersportplaat Sankt Moritz. Sankt Moritz is een mondaine stad met stijl, elegantie en veel luxe winkels. Het is het vertrekpunt of eindbestemming van de Glacier Express dat Zermatt in kanton Wallis verbindt met Sankt Moritz in kanton Graubünden. De Bernina Express daarentegen verbindt Chur, Davos en St. Moritz via Poschiavo met het Italiaanse Tirano. De St. Mauritiuskerk in St. Moritz dateert uit 1880 en heeft een opvallende scheve toren.  

  • 04GraubundenstmoritzSt. Moritz
De Sankt Karl is de blikvanger op de toegangsweg naar de hoger gelegen stad. Sankt Moritz is een populaire wintersportplaats vele kampioenschappen, waaronder de Olympische winterspelen zijn er gehouden. Eens snelde James Bond hier van de sneeuwhellingen af in de James Bondfilm “The Spy Who Loved Me”. Lej da San Murezzan oftewel de Sankt Moritzersee is door middel van de langste roltrappen van Europa verbonden met de hoger gelegen binnenstad van Sankt Moritz. Sankt Moritz is ook de hoofdplaats van het Oberengadin. Het ligt ingebed tussen belangrijke paswegen zoals; Passo del Maloja, Julierpass, Passo del Bernia en de Albulapass.

BERNINAPASS (PASSO DEL BERNINA)

  • 01GraubundenberninapasBerninapass pashoogte
De 2328m hoge Berninapass (Ital. Passo del Bernina) verbindt Sankt Moritz in het Engadindal met het Italiaanse Tirano in Valtellina. Om precies te zijn begint de Berninapass in Pontresina waar we door het Bernina dal (Val Bernina) richting pashoogte gaan. Pontresina met zijn luxe hotels laten we letterlijk en figuurlijk links liggen. Door het bergdal loopt de de Bernina-Bahn en stroomt de Ova da Bernina (Berninabach). Op pashoogte ligt de waterscheiding, enerzijds naar de Zwarte zee waar de Berninabach heen stroomt, anderzijds de Poschiavno rivier die via Val Poschiavo in de Adriatische zee stroomt.

  • 06GraubundenberninapasLej Pitschen, Lej Nair, Lago Bianco
De Bernina-Bahn werd in 1910 geopend en is onderdeel van de Rhätische Bahn. De Bernina-Bahn werd samen met de Albulabahn in 2008 door UNESCO op de werelderfgoedlijst gezet. De Berninabahn is de hoogste spoorweg van de Europa, althans zonder tandrad aandrijving. De Berninapass is vernoemd naar het Berninamassief, waarvan Piz Bernina (4049 m) de hoogste berg is in dit massief, tevens is het ook de  hoogste berg van kanton Graubünden. Bij Morteratsch, waar de twee bergbeken Ova da Morteratsch en – Bernina samenkomen kruist de Bernina-Bahn de doorgaande rijbaan. Ruim twee kilometer verder, iets voor het Berninagasthaus kruist hij nogmaals de rijbaan.  

  • 07GraubundenberninapasLagh da la Cruseta
Iets voor pashoogte staat het Ospizio Bernina aan het Bianco meer (Lago Bianco) vervolgens Lej Pitschen en Lej Nair, iets hoger aan de andere zijde van de rijbaan ligt Lagh da la Cruseta. Vanaf het treinstation van de Bernina-Bahn hebben we een mooi uitzicht op het Berninamassief met onder andere de Morteratschgletscher (Vadret da Morteratsch). Na pashoogte volgen de haarspeldbochten zich in rap tempo op en bereiken we La Rösa. Ten oosten van Sfazù ligt het mooie ongerepte bergdal Val da Camp (met achter in het dal Refugio Saoseo). Vervolgens gaat de afdaling richting Torino, door het Poschiavodal (Val Poschiavo) langs het gelijknamig bergmeer Lago di Poschiavo bereikt men dan Torino. Wij keren om en slaan na ca. 2km na La Rösa rechtsaf het Laguné dal in (Val Laguné). Langs het Zwitserse douanekantoor, vooraan op de doorgaande weg, gaat het gestaag bergopwaarts richting Forcola di Livigno oftewel de Livignopass.

LIVIGNOPASS (FORCOLA DE LIVIGNO)

  • 01GraubundenberninapasBerninapass pashoogte
De Livignopass (Forcola de Livigno) is een bergpas die op de grens ligt met Italie. Het is een verbinding tussen de Zwitserse Berninapass, vanwaar we via het Livigno-dal de Ofenpass (Pass dal Fuorn) in Zwitserland bereiken bij Punt la Drossa. De Livignopass werd pas in 1937 geopend. Op Livignopass pashoogte staat het Italiaans douane kantoor, een restaurant dat gesloten is en een hotel. Van oktober tot mei is de Livignopass gesloten, Livigno is dan vanuit Bórmio te bereiken of via de Scheratunnel. Vanaf pashoogte hebben we een grandioos uitzicht over de Livigno vallei (Valle di Livigno). Vervolgens gaan we over de Livignopass het gelijknamig dal in en bereiken niet veel later het belastingvrije, langgerekte bergdorp Livigno, in de Italiaanse provincie Sondrio. De binnenkomst in het langgerekte Livigno oogt rommelig, veel restaurants, eetgelegenheden en heel veel tankstations. De belastingvrije status werd pas in 1960 door de EEG definitief toegekend. Rond 1840 werd de belastingvrije status voor het eerst erkend. Over het hoe en waarom Livigno een belastingvrije status heeft verkregen gaan de wildste verhalen. Na Livigno rijden we langs het Livigno meer (Lago di Livigno) door vele galerijen en tunnels, die ons uiteindelijk leiden naar de tolpoort (2018 16 CHF) op de stuwdam bij Punt dal Gall. Na de ruim 3km lange Scheratunnel bereiken we de Ofenpass in Zwitserland.

OFENPASS (PASS DAL FUORN)

  • 01GraubundenofenpasPass dal Fuorn, Ofenpass pashoogte
De 2149m hoge Ofenpass (Reto-Romaans: Pass dal Fuorn) in kanton Graubünden verbindt Zernez in het Oberengadindal met Sta. Maria in het Müstair dal (Val Müstair). Zernez (1473m) ligt aan de Inn (En) en in Zernez bevindt zich ook het bezoekerscentrum van het Zwitsers nationaal park. Aan de rand van het dorp staat een woontoren uit de 13e eeuw dat rond 1550 nog werd bewoond. Daarna werd de woontoren verlaten, raakte het  in verval en werd rond de 17e eeuw overgedragen aan de gemeente. Het heeft toen verschillende functies gehad zoals: gevangenis, magazijnopslag voor geld, munitiedepot en de ruimte heeft tevens gediend als opslag voor documenten. In 1960 kwam het in privé bezit en werd in 1961 en 1987 volledig van binnen en van buiten gerestaureerd. 

  • 04GraubundenofenpasZernez
In Zernez staan nog enkele mooie beschilderde Engadinerhuizen. Vanuit Zernez rijden we door het stroomgebied van de Spöl rivier gestaag bergopwaarts door Val dal Spöl een dichtbebost gebied met weinig uitzicht. Ova Spin, het eerste bergdorp van betekenis op de Ofenpass, is de toegangspoort naar het nationaal park van Zwitserland. Een mooie wandeling dwars door het nationaal park met weinig hoogteverschil, zo rond de 200 hoogtemeters, voert van Ova Spin P1 naar P6 op Il Fuorn. Doorwandelen naar pashoogte kan ook maar het laatste gedeelte gaat over een wandelpad vlak langs de doorgaande weg. Bij Punt la Drossa, iets voor Il Fuorn, slaat een zijweg rechtsaf door een 3km lange tunnel naar het Gallo dal (Val del Gallo). Langs het Livignomeer gaat de rijbaan verder door het Livignodal in Italië naar de Berninapass (Passo del Bernina) in Zwitserland. De Spöl rivier komt van het Livigno meer. 

  • 08GraubundenofenpasRivierbedding Ova dal Fuorn
Wij rijden stroomopwaarts langs Ova dal Fluorn, dat uiteindelijk uitmondt  in de Spöl, en bereiken Gasthaus Buffalora. De rivierbedding bij het restaurant is bijna leeg zo medio eind september, hier zal de komende maanden zeker nog wel verandering in komen gezien de brede bedding. Daarna bereiken we pashoogte Pass dal Fuorn oftewel Ofenpass op zijn Duits. Tschierv is het eerste dorp na pashoogte, de weg is aanzienlijk steiler en gaat door enkel haarspeldbochten. Vervolgens rijden we naar Santa Maria Val Müstair in het gelijknamig dal, waar de meerderheid het Reto-Romaans dialect (Jauer genaamd) nog spreekt. Het 17e -eeuws Jauer-Haus (Chasa Jaura) staat in Valchava iets voor Santa Maria Val Müstair hier is ook het streekmuseum gevestigd. Santa Maria Val Müstair is een belangrijk verkeersknooppunt, de Ofenpass, Umbrailpass en de rijbaan vanuit Bolzano in Italië zijn de toegangswegen naar het dorp. Samen met de Flüelapass en Vereina-treintunnel is de Ofenpass de voornaamste verbinding tussen Chur en Bolzano in Italië. De pas wordt dan ook in de winter sneeuwvrij gehouden. Blikvanger in Santa Maria Val Müstair is de dorpskerk uit 1492. 

Sta. Maria – Aual Claif - Sta. Maria is een rondwandeling van ca. twee uur langs historische irrigatiekanalen. Niet alleen in Wallis maar ook hier in het droge Val Müstair kan het zomers behoorlijk warm worden. De weide- en landbouwgronden moeten in deze droge periode, net als in Wallis, ook hier kunstmatig beregend worden. In de 14e eeuw barste er een hevige strijd los om het gebruik en nuttigen van dit water. Het zgn. waterrecht werd ingevoerd en het nuttigen werd aan strenge regels verbonden. Door de eeuwen heen werd er een waterleidingnet aangelegd en zijn de irrigatiekanalen (Reto-Romaans: Aual) verwaarloosd. Dankzij het initiatief van de landbouwstichting en het Natuurpark Biosfera Val Müstiar zijn enkele irrigatiekanalen gesaneerd. Ook is er een boek uitgegeven over de irrigatiekanalen met interessante verhalen en de geschiedenis van het waterrecht zoals dat vroeger gold. Meer informatie is te vinden onder de volgende link: www.biosfera.ch.

  • 10GraubundenofenpasVal Mustair Santa Maria
We vervolgen de reis en rijden richting Bolzano (Italië) naar het laatste dorp van het dal voor de grensovergang, Müstair in het Müstairtal. De kloosterkerk St. Johann nodigt ons uit voor een bezoek waar we een onvergetelijke reis maken door de 12e eeuw. De kloosterkerk dateert uit de 8e eeuw en is sinds 500 jaar ook de parochiekerk van Müstair. In de kloosterkerk bevinden zich romaanse wandschilderingen maar ook Karolingische fresco’s die eind 19e eeuw herontdekt zijn. De fresco’s zijn van 1947-1951 volledig zichtbaar gemaakt. De Karolingische periode duurde van 751 tot 987. De naam is afgeleid van Karel de Grote. Vandaar dat een stenen afbeelding van Karel de Grote ook naast het hoofdaltaar aan een van de pijlers hangt, Karel was ook de grondlegger van het klooster. Het hoofdaltaar was men tijdens ons bezoek aan het restaureren.  

  • 15GraubundenofenpasKlooster St.Johann Val Mustair
Het Benedictijnerklooster van St. Johann is te bereiken door de kloosterpoort links van de dorpskerk. Het klooster heeft 2 toegangspoorten en een mooie binnenplaats. De andere kant van het klooster grenst aan een boerenerf. Het is een levend cultuurgoed omdat het al vanaf de 12e eeuw onafgebroken door Benedictijnse nonnen wordt bewoond.

Maar Val Müstair heeft buiten Biosfera Val Müstair (een regionaal natuurpark van nationale betekenis dat samen met het Zwitsers nationaal park het eerste hoog Alpine UNESCO biosfeerreservaat van Zwitserland is) meer te bieden. Onze viervoeters mogen, ook aan de lijn, niet mee in het nationaalpark. Bovendien is overnachten (ook campers) in het park en op de parkeerplaatsen langs de Ofenpass ten strengste verboden. Voor gasten worden speciale themawandelingen en projecten door dit parkgebied aangeboden, onder begeleiding van een ervaren parkbeheerder. Of het nu gaat om een stadswandeling met gids, een historische militaire wandelroute, of een wandeling met een prachtige zonsopkomst op de 3000m hoge Rötelspitze, met de activPass (die u krijgt van de gastheer of gastvrouw waar u verblijft) zijn vele voordelen te behalen. De activePass is geldig in het vakantieregio Scuol, Val Müstair als ook in het Samnaun-dal. M.a.w. in het Müstair dal is er voor elk wat wils.

UMBRAILPASS (GIOGO DI SANTA MARIA) - (PASSO DELL'UMBRAIL - STA MARIA)

  • 01GraubundenumbrailpasUmbrailpass pashoogte
De 2501m hoge Umbrailpass, ook wel Wormserjoch genoemd (It.: Giogo di Santa Maria) verbindt Santa Maria Val Müstair in Zwitserland met het Italiaanse Braulio-dal (Val del Braulio) in Italië. Wordt de Nufenenpass als hoogste bergpas van Zwitserland beschouwd, de 2501m hoge Umbrailpass is de hoogste bergpas van Zwitserland, maar dat deze laatste niet geheel op eigen Zwitsers grondgebied ligt en de Nufenenpass daarentegen wel. Sinds kort (2015) is de rijbaan naar Italië volledig geasfalteerd. Elk jaar wordt de Umbrailpass, dat langs het Nationaal Park Selvio loopt, door hevige sneeuwval al vroeg afgesloten.  

  • 05GraubundenumbrailpasPasso dello Stelvio, Stelviopas
Door het nagenoeg onbewoonde Muraunzadal leidt de bergpas ons door talloze haarspeldbochten, met een stijgingspercentage van 14%, naar pashoogte.  

 

 

 

  • 05GraubundenumbrailpasPasso dello Stelvio, Stelviopas
Na pashoogte maken we nog even een uitstapje naar de 250m hoger gelegen Stelviopass (Passo dello Stelvio) ook wel Cima Coppi genaamd. Cimma Coppi is een wielerterm die gebruikt wordt in de Giro (Italië). Het geeft het hoogste punt aan van de wielerkoers ook wel het “dak van de ronde” genoemd. Op diverse Cols staan monumenten ter nagedachtenis aan de welbefaamde Italiaans wielrenner Fausto Coppi, zo ook op deze pas. Vanaf de Tibethütte, op de 2760m hoge Stilfserjoch, heb je een prachtig uitzicht op de 3450m hoge skipiste Livrio en de 3900m hoge Ortler. Een zomerparadijs voor skiërs. De eigenaar van de Tibethütte werd door het boek “passie van Tibet” zo geïnspireerd dat hij op de Stelviopas een unieke Tibetaanse toren liet bouwen. Het panoramisch restaurant met een prachtig gelegen terras, heeft  zelfs privé garages ter beschikking voor de gasten. De Umbrailpass wordt op zijn Reto-Romaans Giogo di Santa Maria genoemd en op zijn Italiaans Passo dell’Umbrail-Sta Maria.

ALBULAPASS (PASS DA L'ALVRA) (PASSO DELL'ALBULA)

  • 01GraubundenalbulapasAlbulapass pashoogte
De 2312m hoge Albulapass (Reto-Romaans: Pass da l'Alvra, It.: Passo dell'Albula) in Graubünden verbindt Tiefencastel in het Albula dal met La Punt, (gelegen ten noorden van St. Moritz) in het Oberengadin (Reto-R.: Engiadin’Ota). Het Albula dal begint bij Thusis waar Hinterrhein (Reto-R.: Rein Posteriur) en de Albula rivier samenkomen. Langs de doorgaande weg van Thusis naar Tiefencastel hebben we twee bezienswaardigheden, ten eerst de Solisviadukt en ten tweede de Mistail kerk.  

  • 04GraubundenalbulapasKrokodil Solisviadukt
De Solisviadukt behoort ook tot het werelderfgoed van de RHB dat door de UNESCO op de werelderfgoedlijst is gezet. De spoorbrug met zijn 42m wijde hoofdboog heeft daarnaast nog tien kleinere bogen. Het Solisviadukt heeft hiermee de grootste bogen- spanwijdte van alle spoorbruggen in de Albula spoorlijn. De Solisviadukt door de Schinschlucht werd in 1869 gebouwd. Iets verder aan de doorgaande weg vlak voor Tiefencastel staat de Mistail son Peder.  

 

  • 05GraubundenalbulapasMistail Son Peder Tiefencastel
De kerk St. Peter Mistail werd rond het jaar 800 gebouwd in het dorp Alvaschein dat valt onder de gemeente Albula. De St. Peter is lopend vanaf de parkeerplaats aan de doorgaande weg te bereiken. De St. Peter is van de Karolingische periode en heeft drie half gebogen koepels (apsissen), met zgn. lei bedekte daken.   

  • 08GraubundenalbulapasMistail Son Peder
Achter de kerk staat het knekelhuis met beenderen en schedels van de overledene. Deze ruimte is voorzien van de tekst: wat wij zijn, dat worden jullie. Wat jullie zijn, dat waren wij. In de kerk werd onlangs het oogstfeest gevierd en de prachtige fresco’s aan de wand, (in de jaren 60 en 70 vorige eeuw ontdekt) doet een ieder versteld staan. De smalle Albulapass is evenals zovele passen in Zwitserland tijdens de wintermaanden gesloten. In de zomermaanden wordt de pas hoofzakelijk door toeristen gebruikt. De iets zuidelijker gelegen Julierpass daarentegen (die ook bij Tiefencastel begint) wordt de wintermaanden wel altijd open gehouden en komt iets ten zuiden van St. Moritz uit bij Silvaplana in het Oberengadin.  

  • 13GraubundenalbulapasLandwasserviadukt Filisur
Iets ten westen van het op 1032m hoog gelegen bergdorp Filisur komt de Albula rivier samen met het Landwasser, die van het hoger gelegen Davos komt. Samen gaan ze verder als Albula rivier en monden zoals gezegd uit in de Hinterrhein. Ook de smalspoorbanen van de Albula- en Rhätische Bahn komen hier samen. De Albulaspoorlijn Chur-Sankt Moritz is het spoorlijntraject voor treinliefhebbers, begin 1900 kwam daar het verlengde smalspoortraject Landquart-Davos bij. Deze laatste spoorlijn werd opgericht door de Nederlander Willem Jan Holsboer. Vooral het Landwasserviaduct is de pleisterplaats voor treinspotters in Filisur. In Filisur is er de interactieve Filitour, een dorps wandelroute langs 14 prachtige Engadiner huizen, de App Parc Ela is gratis te downloaden.

Water als waterweg en levenscyclus, (oftewel Wasserweg ansaina) is een wandelroute langs de Albula, Alvra, het Landwasser en de Schaftobelbach. Hier, langs beroemde waterbronnen vindt men rust en ontspanning, bovendien kan men er weetjes op het gebied van waterbronnen opdoen. Zwavel- en ijzerbronnen zijn er langs de cultuurwandelroute te vinden. Langs de gehele wandelroute staat op 11 informatieborden door dit cultuurlandschap beschreven welke elementen met water van doen hebben. De themawandeling heeft een gering hoogteverschil (slechts 63m) en duurt ca. 3uur. Verder informatie is te vinden onder de volgende link: www.parc-ela.ch.

  • 09GraubundenalbulapasFilisur
Vanaf Filisur gaan rijbaan en spoorbaan samen bergopwaarts richting pashoogte. De smalspoorbaan heeft bij Filisur al zijn eerste keerlus. Bovendien staan er in de historische dorpskern van Filisur schilderachtige en fotogenieke Engadiner huizen. De FiliTour werkt als volgt: laad de App van Parc Ela, die gratis te verkrijgen is op uw Android of IPhone. De Smartphone-App kan men laden bij het treinstation, het gemeentehuis of hotel Schöntal. Tijdens de interactieve dorpswandeling staan er bij de desbetreffende woningen informatieborden, die u daar van audio informatie voorzien.

Bergün is het volgende bergdorp dat we binnenrijden, niet alleen bekend van zijn spoorwegmuseum, maar ook de Heidiweg  en het spectaculaire educatief wandelpad van de Albulaspoorlijn zijn bekende trekpleisters in het dorp. Bovendien staan er in de historische dorpskern schilderachtige en fotogenieke Engadiner huizen. Ook de eerste Heidifilm werd in deze omgeving opgenomen. Iets ten oosten van Bergün zijn alweer een aantal keerlussen in het spoortraject aangelegd over hoge viaducten en door tunnels, om de trein sneller hoogte te laten winnen. Een kleine 3km verder nogmaals vier keerlussen bij Punt Ota iets voor Prêda, waar we de trein uit het oog verliezen. Waar de rijbaan slingerend langs het Palpuegna meer (Lai da Palpuegna) richting pashoogte slingert, gaat het smalspoortraject in een rechte lijn ondergronds door de Albulatunnel om er na ca. 6km in het Bever dal (Val Bever) weer uit te komen.  

  • 18GraubundenalbulapasAlbulapas
Na een aantal gehuchten bereiken we op 2312m pashoogte, met het Berggasthaus Albula Hospiz. Heel bijzonder is het uitzicht niet op de Albulapass, de hoogspanningsleidingen zijn een storende factor in het berglandschap. Ter hoogte van pashoogte is de weg behoorlijk smal, voor en na pashoogte zijn er wel twee gemarkeerde rijstroken. Vervolgens gaat het langs de Albulasee (die volledig droog stond in september) bergafwaarts over de woeste en kale hoogvlakte van het Alvra dal. Nog enkele haarspeldbochten en we bereiken het op 1700m hoogte gelegen La Punt in het Oberengadin (Engiadin’ Ota). Rechtsaf gaat het naar Sankt Moritz, linksaf rijden we richting Zernez.  

  • 21GraubundenalbulapasZuoz
Hier vindt u de mooiste Engadiner huizenstijl. Een schilderachtig dorpsplein met waterbron, huizen met loggia’s, erkertjes en torentjes sieren de woningen. De kapel San Bastiaun, een romaans bouwwerk dateert vermoedelijk uit 1250. Een eerste oorkonde dateert uit 1472 en de fresco’s in de kapel zijn van 1470-1490 aangebracht. De San Bastiaun kapel is het enige gebouw in Zuoz dat tijdens de Schwabische oorlog (1499) niet in vlammen opging. Iets verderop in het dorp staat de kerk die opgedragen  is aan heilige Katherina en Barbera. De Plantahäuser in het centrum van Zuoz vormen een gesloten bouwblok, waarvan de omtrek uit de middeleeuwen stamt. Hotel Crusch Alva in Zuoz heeft een prachtig beschilderde voorgevel en dateert uit 1499. Verder naar het noorden bereiken we via Zernez en Susch het Unterengadin (Reto-R. Engiadina Bassa).

DAVOS KLOSTERS

  • 01GraubundendavosSalginatobelbrucke
Via Landquart rijden we stroomopwaarts langs de gelijknamige rivier door het Prättigau-dal richting Klosters en Davos. De Landquart rivier is vooral door zijn woeste stroming geliefd bij rafters. Langs het oude bergdorp Grüsch, met zijn statige herenhuizen vervolgen we de route en bereiken Schiers. De laatgotische kerk St. Johann werd in 1522 gebouwd. Het wereldmonument de Salginatobelbrücke dat al langs de doorgaande weg bij Schiers staat aangegeven trekt onze aandacht. De Salginatobel-brug vormt de verbinding van Schiers naar Schuders. Negentig meter boven de Salginabach overspant hij de Salga-kloof. De Salginatobel-brug is het meesterwerk van de betonpionier Robert Maillart (1872-1940). De Salginatobel-brug is het enige wereldmonument van Zwitserland, het is in technisch opzicht een van de belangrijkste boogbruggen in gewapend beton ter wereld. Elke dag komen vele toeristen het wereldmonument bezoeken, of wandelen de historische rondweg rondom de brug. In 1991 werd deze brug door een groot Amerikaans ingenieursvereniging tot wereldmonument verklaard en behoort het net als Eifeltoren, Vrijheidsbeeld en nog 45 andere bouwwerken tot een van de belangrijkste technische creaties.   

  • 03GraubundendavosDavos
Klosters is bekend om zijn autotrein door de Vereinatunnel, bovendien is het al decennia lang de wintersportplaats voor de Britse koninklijke familie. In zuidelijke richting vervolgen we dan de route en bereiken we via de Wolfgangpass als eerste de Davosersee, gevolgd door Davos-Dorf en –Platz. Davos zal voor menigeen bekend zijn, niet alleen vanwege zijn herstellingsoord voor tuberculose- en astmapatiënten, maar ook vanwege zijn wintersportoorden en skigebieden. De astmapatiënten werden begin vorige eeuw ondergebracht in het Nederlandsch Sanatorium. Davos ligt op een hoogte van 1560m en is hiermee de hoogst gelegen stad van Europa. De bekende openlucht schaatsbaan in Davos was voor de komst van de overdekte schaatsbanen een van de snelste schaatsbanen ter wereld. Vele kampioenschappen werden er georganiseerd, vele wereldrecords gebroken, waaronder die van Ard Schenk die de eerste schaatser was die op de 1500m onder de twee minuten dook. Vanaf 2014 worden er op de legendarische ijsbaan geen wedstrijden meer gereden. Met een hoogte van 3146m is de Flüela Schwarzhorn de hoogste berg van Davos.  

  • 04GraubundendavosLandwasserviadukt Filisur
Ook de Rhätische Bahn rijdt door Davos, (waaronder de Glacier Express van Zermatt naar St. Moritz) dit mede dankzij de Nederlander Willem-Jan Holsboer, die begin 1900 het smalspoortraject Landquart-Davos bedacht. Holsboer nam het initiatief om de bereikbaarheid van de hotels en kuuroorden in Davos te vergroten. Holsboer die zelf enkele hotels in Davos bezat realiseerde zich dat het dorp moeilijk bereikbaar was. In 1889 was het eerste traject van Landquart naar Klosters gereed een jaar later kon men Davos met de trein bereiken. Door Davos gaat het met de trein dan verder naar Filisur (bekend om zijn Landwasserviaduct) In Filisur komen de Albulaspoorlijn (Chur-Sankt Moritz) en het spoortraject uit Davos samen op het treinstation Filisur.  

  • 05GraubundendavosKrokodil type Ge 66 I
Sinds mei 2018 rijdt de Rhätische Bahn twee keer per dag met een historische treinstel (inclusief een open wagen). Dit treinstel wordt getrokken door niet minder dan de klassieke Krokodil uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Het type Ge 6/6 I (voor de kenners onder ons) werd vanaf 1921 gebouwd waarvan er nog maar een paar in omloop zijn.

FLÜELAPASS

  • 01GraubundenfluelapasFluelapass pashoogte
De 2383m hoge Flüelapass in Graubünden verbindt Davos met Susch in het Unterengadin-dal. Vrij gemakkelijk rijden we vanuit Davos door het smalle Flüeladal richting pashoogte. Deze zijde van de Flüelepass is ook het stroomgebied van de Flüelabach. Na Dörfji, het eerste dorpje op de Flüelapass, wordt de rijbaan zichtbaar breder. In Dörfji bevindt zich het dalstation van de kabelbaan naar het hoger gelegen Pischa op de Flüelaberg, aan de voet van de Pischahorn. In de zomer uitnodigend voor een hoogtewandeling en in de winter is het een skigebied. Dan bereiken we het rustieke Gasthaus zum Tschuggen in het Flüeladorp Tschuggen. 

  • 04GraubundenfluelapasFluela Hospiz
We rijden verder langs nog een paar gehuchten, nemen nog een paar haarspeldbochten en bereiken dan pashoogte. Op pashoogte het Passhotel Flüela-Hospiz met Lai da la Scotta aan de ene zijde van de rijbaan en het Nairmeer (Lai Nair) aan de andere zijde. Ook op pashoogte te zien bij helder weer zijn de Flüela-Wisshorn en Schwarzhorn. Na pashoogte begint de afdaling door het stroomgebied van de Susasca rivier in het gelijknamige bergdal Susasca. De Susasca ontspringt bij de Schwarzsee op pashoogte. De Susasca wordt gevoed door vele zijrivieren waaronder de waterrijke Grialetsch, komend van de gelijknamige Grialetsch-gletsjer. Tezamen met zijn vele zijrivieren meandert de Susasca richting Susch om uiteindelijk bij Susch uit te monden in de Inn, in het Unteregadin. 

FUORCLA RADÖNT - FLÜELAPASS

  • 01GraubundenfuorclaFluelapass Abzw. Schwarzhorn
De Fuorcla Radönt op de Flüelapass is een wandelpas die het keteldal Radönt (met Piz Radönt achter in het dal) verbindt met het andere keteldal, het Grialetschdal (met Piz Grialetsch en Piz Vadret aan het eind van dit dal). De 2788m hoge Fuorcla Radönt geeft ook toegang naar de Chamanna da Grialetsch (2542m). De berghut heeft iets verder de pas afdalend bij Chant Sura een betere wandelroute door het Grialetschdal. Wij gaan voor een geweldig uitzicht vandaag het is koud zo begin oktober, daarentegen wel mooi helder weer om foto’s te maken. Abzweigung Schwarzhorn is het beginpunt van onze wandeling op de Flüelapass, waar we de aanwijzing Schwarzhorn aanhouden.  

  • 02GraubundenfuorclaVal Susasca
Het eerste gedeelte gaat vrij steil bergopwaarts waarbij we in korte tijd behoorlijk hoogte winnen. De auto’s op de Flüelapas worden steeds “kleiner” en de berger rondom steeds “hoger”. Het eerst gedeelte van de wandelroute is goed begaanbaar, op een paar kleine hindernissen na.

 

 

 

  • 05GraubundenfuorclaPiz Radont, Raduner Rothorn
Bij de driesprong richting Schwarzhorn wandelen we rechtdoor richting Fuorcla Radönt, we passeren een bergbeek en wandelen het keteldal binnen met een prachtig zicht op de Schwarzhorn, Piz Radönt en Radüner Rothorn. Maar helaas het wandelpad maakt plaats voor stenen, grote stenen om wel te verstaan.  

  • 09GraubundenfuorclaSchwarzhorn
De wandeling wordt een klauterpartij over de rotsblokken met hier en daar een likje verf dat enigszins de wandelroute moet aangeven, m.a.w. een moeizame wandelroute dat meer op een Alpine wandeling begint te lijken. Dan bereiken we de Fuorcla Radönt pas, met een geweldig uitzicht op de Grialetschgletsjer. Het is koud en er waait een stevige bries, over de pas geraken we uit de wind en nuttigen we onze meegebrachte lunch. De Chamanna da Grialetsch staat nog een uur aangegeven vanaf Fuorcla Radönt. Ook dit laatste gedeelte naar de hut gaat over hele grote rotsblokken van een wandelpad is beslist geen sprake meer.  


  • 12GraubundenfuorclaPiz Grialetsch, Grialetchgletsjer, Piz Vadret, Piz Sarsura
Langs het bergmeertje wandelen we naar beneden, geen aangegeven wandelroute maar toch enigszins een “wandelpad” enkel aangegeven op een goede wandelkaart. We bereiken P2644 op de doorgaande wandelroute van de Flüelepass naar de Chamanna da Grialetsch. Door het Grialetschdal wandelen we aan de andere zijde van Radönt over de kale hoogvlakte richting Flüelapass, voor ons prijkt de 3410m hoge Piz Linard en de Flüela Wisshorn. Dan treffen we schapen op de wandelroute waar nergens een omheining te zien is, deze schapen lopen los op de Flüelapass. Twee schapen bij het bergmeertje staan in hun warme vacht ons aan te staren, wij nog niet wetende dat het om de bocht ijskoud wordt. De windjacks en warme kleding moeten aan, bovendien gaat de wintermuts op.  

  • 18GraubundenfuorclaIJsnaalden
Over ijsnaalden dalen we richting Flüelapass waar we om de bocht, bij Stavel da Radönt de wind vol in het gezicht krijgen. Bij Munt da Marti een onderkomen, waarschijnlijk voor een schaapsherder in elk geval een privaat stukje grond. Over de Flüelapass kijkend zitten we nog behoorlijk hoog en zullen er nog heel veel hoogtemeters moeten worden gedaald. Dan bereiken we de Flüelapass (Chant Sura) niet de parkeerplaats waar we de auto hebben staan maar bij P2262. Het is al in de namiddag veel verkeer is er niet meer op deze kale koude hoogvlakte. Langs de rijbaan wandelen we dan richting pashoogte naar de volgende parkeerplaats waar de auto staat en we kunnen terug kijken op een mooie maar koude wandeldag.   

ENGADIN

  • 02GraubundenengadinScuol
Het Engadin is verdeeld in twee dalen het Oberengadin (Reto-Romaans: Engiadin’Ota) en het Unterengadin (Reto-Romaans: Engiadina Bassa). Engadin betekend: Tuin van de Inn (Reto-Romaans En). De rivier de Inn stroomt zowel door het Ober- als ook door het Unterengadin. De Inn is een zijrivier van de Donau die uiteindelijk uitmondt in de Zwarte Zee. Aan de voet van de 2779m hoge Piz Lunghin op de Malojapass ontspringt de Inn in het gelijknamig meer op een hoogte van 2485m. Na de bergmeren op de Malojapass stroomt de Inn (dan nog Sela genoemd) door het brede en dichtbevolkte Oberengadin (met zijn mondaine toeristenplaatsen St. Moritz en Pontresina). Vele zijrivieren voeden de Inn, waaronder de Berninabach uit het Berninamassief die bij de uitmonding in de Inn Flaz heet en aanzienlijk meer water aanvoert dan de Inn. Bij Zernez buigt de rivier af richting Susch naar het dunnerbevolkte en kloofachtige Unterengadin. Het smalle dal met o.a. de dorpen Crusch, Ardez, Ramosch en Scuol heeft zijn culturele waarden behouden. Evenals in Zernez staan hier nog prachtige Engadiner huizen met mooi fresco’s aan de muren.  

  • 05GraubundenengadinPradella Sesvennagruppe
De grootste en belangrijkste toeristenplaats is Scuol in het Unterengadin. Het kuuroord met zijn bronnenbaden heeft in het Oberdorf een recreatiebad. In het Unterdorf met zijn wirwar van straten en pleinen, staan de mooiste Engadiner huizen. Op een van de dorpspleinen staat een waterbron met aan de rechterzijde het gewone bronwater en aan de linkerzijde het Mineral-Tafelwasser uit de Sotsass-Quelle, een licht koolzuurhoudend water. Scuol beschikt maar liefst over 20 minerale bronnen. Het bronwater met bubbels is kosteloos te tappen en menigeen vult hier zijn flessen. Wij rijden met de stroom van de Inn mee en hebben langs de route een geweldig uitzicht op de rivier, de omliggende dorpen en de Sesvennagruppe op de achtergrond. Samen met de herfstkleuren is het plaatje compleet. Enige tijd vormt de Inn de landsgrens tussen Zwitserland en Oostenrijk, waar het uiteindelijk door het Oostenrijkse Tirol verder zijn weg vindt. Het uitzicht vanaf de Samnaunerstraat richting het Oostenrijks Inntal is adembenemend. Wij houden de doorgaande weg in Zwitserland aan en rijden naar het belastingvrije Samnaun.

SAMNAUN

  • 01GraubundensamnaunSamnaun-Dorf
Samnaun (Reto-Romaans: Samingnun) is sinds begin vorige eeuw ook vanuit Zwitserland te bereiken. Voordien was het enkel vanuit Oostenrijk te bereiken. Samnaun is in de wintermaanden, samen met het Ischgl in het Oostenrijks Paznauntal, een geliefd skigebied. In de zomermaanden zijn het vooral de toeristen die het dorp evenals het Italiaanse Livigno, “overvallen” en vele belastingvrije artikelen kopen, waaronder sigaretten, benzine en luxe goederen. Wie goed om zich heen kijkt ziet de familienaam Hangl regelmatig voorbijkomen in het dorp. Deze familie is van alle markten thuis het bezit hotels, sportzaken, winkels met  gedistilleerd, horloges en noem maar op.  

  • 04GraubundensamnaunMariahilf kapelle
In het dorp vind je de Mariahilf kapel, die in het jaar 1709 werd gebouwd. Bovendien is Samnaun ook een prachtig wandelgebied rondom de 3254m hoge Stammerspitz, de Muttler (3293m) en de Piz Mundin (3146m). Val Maisas en Val Samuoir zijn geliefde wandeldalen. De gemeente Samnaun bestaat uit vijf dorpen te weten: Compatsch het hoofddorp vooraan in het dal, waar ook de scholen, kerken en het gemeentehuis zich bevinden, vervolgens Laret, Plan, Ravaisch en Samnaun-Dorf. Samnaun-Dorf achter in het 6km lange dal ligt op een hoogte van 1844m en is het handelscentrum van de Samnauner-vallei. In de 11e eeuw werd Samnaun voor het eerst in de boeken vermeld door de Herren von Tarasp, die het klooster Marienberg in Vintschgau (Zuidtirol) een aantal goederen en Alpen schonken. Deze schenkingen zijn terug te vinden in twee pauselijke documenten van Honorius III uit het jaar 1220 en van Innozenz IV uit 1249.  

  • 03GraubundensamnaunSamnaun-Dorf
De eerste kolonisten zijn voor de 11e eeuw naar Samnaun gekomen. In de 11e eeuw, de bloeitijd van de dichtbevolkte nederzetting in het Unterengadin, werden de boeren gedwongen om meer weide- en bouwgrond te zoeken voor de teelt van granen. Om deze reden kregen ze gronden in het Samnauntal. Het Zwitserse Douanesysteem uit 1848 bracht een einde aan de handelsbetrekkingen met het aangrenzende Oostenrijks Tirol. De inwoners verloren een belangrijke bron van inkomsten en het dorp leek verloren te gaan. Een verzoek uit 1892 bij de Zwitserse autoriteiten om Samnaun uit te sluiten van het Zwitserse douanegebied, werd door de Bondraad ingewilligd en zo werd Samnaun belastingvrij. 

Een brochure van het Samnauntal geeft u informatie over wat er zoal van het voorjaar tot de herfst te doen valt, zowel op sportief gebied als ook op cultureel gebied. Het openbaar vervoer de zgn. Samnaun-bus als ook de PTT Postbus zijn op elkaar afgestemd, zodat men geen lange wachttijden heeft. Er kan zowel in Euro’s als in Zwitserse Franken betaald worden in Samnaun. Bovendien profiteren gasten van het Samnauntal van vele kosteloze extra’s. De bergbanen zijn gratis in het Samnaun-dal, inclusief de verbinding (en het vervoer van mountainbikes) naar het Oostenrijkse Ischgl in het Paznauntal. De Samnaun-bus is gratis en er kan gratis gezwommen worden in het Alpenquell avonturen zwembad. Verder kan men o.a. het Talmuseum (dat een indruk geeft van Samnauns verleden) en het Altfinstermünz, (een oud douanekantoor dat vroeger dienst heeft gedaan als gasthuis, gevangenis en bierbrouwerij) met de gastenkaart gratis bezichtigen. Bovendien profiteren de gasten van vele prijsvoordelen in het Unterengadin en Val Müstair. Meer informatie kan men vinden onder de volgende link: www.Samnaun.ch/gaestekarte.

MAIENFELD - HEIDIDORF

  • 01GraubundenheididorpHeididorp Maienfeld
Bijna iedereen kent Heidi, de beroemdste Bündnerin van Zwitserland. Het wereldberoemde boek “Heidi” is het verhaal van schrijfster Johanna Spyri’s. Zij deed in Maienfeld, in het Bündnerland, inspiratie op voor het boek over het weesmeisje Heidi. In het dorp Maienfeld gaat het door smalle steegjes, langs fruitgaarden en wijnranken richting de Oschenberg in het Bündner Herrschaft, waar het Heididorp is nagebouwd. Voor de grote parkeerplaats, met op de heuvel het Heidihotel, staat het beeld van Heidi en geitenherder Peter. Een bus vol met Japanners is binnen een minuut leeggestroomd, allen snellen naar het monument en maken de gekste capriolen om met Heidi en Peter op de foto te gaan. Wij wandelen langs de fruitgaard naar het Heididorp, een wandeling bergopwaarts van ca. 5 minuten.  

  • 04GraubundenheididorpHeidihuis Maienfeld
Op de Heidi Alp een kiosk met Heidi Souvenirs en het kleinste postkantoor van Zwitserland. Entree moet er betaald worden (2018 14 CHF) voor het Heidihuis, de stal met dieren en de Alphut. Op de binnenplaats en alm lopen dieren, een prachtige weide met de bergen op de achtergrond, maakt het idyllische plaatje compleet. Geen wonder dat schrijfster Johanna zich hier liet inspireren. Het wandel- en tevens belevingspad rondom het dorp duurt bijna 2 uur. Maienfeld ligt in Graubünden, niet ver van de grens met Liechtenstein en Oostenrijk en maakt deel uit van de gemeente Landquart. Door het dorp Maienfeld loopt gedeeltelijk nog een stadsmuur met stadspoort uit de 12e eeuw. Achter de stadsmuur in een woning, “Der Klostertorkel”, een wijnpers die volgens een document uit 1494 van het klooster uit Churwalden komt. Het gemeentehuis heeft mooie muurschilderingen, bovendien heeft het dorp een dorpsplein met fontein. Vervolgens gaan we richting het kanton Sankt Gallen dt beschreven staat onder Oost-Zwitserland.